De Zoektocht

Dag 6 van 7 • Lezing van vandaag

Overdenking

Lees Mattheüs 8:23-27.


Als je in jouw verbeelding nu niet nat geworden bent door het water uit het meer, als je nou geen knikkende knieën hebt, verkrampt of zeeziek, dan kan je het beste het stukje nog een keer doorlezen.


Wanneer je weet dat een verhaal goed afloopt, verliest het op een jammerlijke manier haar kracht. 


Een hevige storm. Eentje die je kan doden. Eentje die doorgewinterde zeilers tot het laatste stukje van hun touwen kan stuwen. Eentje die de boot van een sterke kerel kan doen kapseizen alsof het een speelgoedbootje is. De wind loeit zo hard dat je de persoon die vlak naast je staat niet kan horen roepen. Golven slaan over de reling en veranderen de romp in een zwembad. De boot zwiept gevaarlijk naar links. Weer een golf. De wind slaat in de zeilen alsof het enorme vuisten zijn van mythische goden, waardoor jij en je scheepsmaten tegen elkaar geworpen worden alsof het een kosmisch kegelspel is.


En Jezus slaapt als een roos.


Let op de merkwaardige volgorde. Jezus stilde niet eerst de storm en stelde dan de vraag. Hij stelde eerst de vraag en stilde dan de storm. Ze waren compleet met verbijstering geslagen toen ze merkten dat hij helemaal geen moeite deed om op te staan toen Hij de vraag stelde. Hij vroeg het eerst en daarna stond Hij op om de winden en de zee te bestraffen.


Zijn vraag aan de discipelen is de vierde vraag van ons herstelproces. Neem tijd om het weer op te halen in de verkorte vorm die we gebruikten op dag één. Waarom ben je bang?


Om deels een ander beeld te kunnen scheppen van het landschap waarin we onze geloofszoektocht houden, moeten we afrekenen met angsten die ons dreigen te verlammen of die ons in foetushouding naast de weg kunnen doen belanden. Onze angsten kunnen dan verschillend zijn, maar waarschijnlijk is er niemand die nérgens bang voor is. Hoewel, op een vreemde manier kan de meedogenloosheid van angst averechts werken.


Het besef dat angst, als het zich manifesteert, geen grenzen kent, kan ons ofwel neerdrukken, ofwel kan het ons doen terugslaan, zoals een klein kind die in de buik slaat van een bullebak. 


De woorden van God aan Kain in Genesis 4:7b zouden een belletje moeten doen rinkelen. Angst loert achter de deur. De zonde ook, natuurlijk. Maar misschien is onze eerst stap naar vrijheid diegene waarin we ons bewust worden van het feit dat vele zonden voortkomen uit onze angsten. Het verlangen naar angst liep voor me uit. Het woord Welkom op mijn deurmat leek een vraagteken aan het eind te krijgen. Wat zou ik welkom heten? Wat zou ik weigeren? Angst loerde, klaar om toe te slaan. Laten wij het toe om ons levend te verslinden?


God moedigt Zijn kinderen aan om angst geen plaats te geven.