De Zoektocht

Dag 3 van 7 • Lezing van vandaag

Overdenking

Kijkend naar de intimiteit met God, zal de diepe vraag: "Wie bent U, Heer?" leiden naar een andere vraag: "Wie ben ik, Heer?" Nu is het wel nobel om de nederige gedachte vast te houden dat deze tweede vraag helemaal niet gesteld hoeft te worden, maar dat is niet Bijbels. God liet tonnen inkt vloeien over de Bijbelse Geschriften om een vraag te beantwoorden die, hoewel ze slechts op de tweede plaats komt, inderdaad de tweede is. Hij gebruikt deze tweede vraag dikwijls — Wie ben Ik? — om mensen te begeleiden naar de eerste vraag — Wie is God?. Dit getuigt van zijn enorme genade en geduld. Wie wij geloven dat God is, zal Hem geen zier veranderen, maar onze identiteit en bestemming maakt al onze hoop ervan afhankelijk 


Kijk eens goed naar Deuteronomium 33. 


Het erfgoed van ons geloof dat weggelegd is in het Oude Testament, is een bankrekening vol rijkdommen die, zelfs na levenslang studeren, onmogelijk opgebruikt kunnen worden. Wij hebben het voorrecht om te leven aan de volbrachte kant van het reddingswerk van Jezus, het Lam van God, een werk waarvan elk Oudtestamentisch offer een voorafschaduwing is. Wanneer wij ons geloof vestigen op Jezus, maken we deel uit van het nieuwe verbond, eerder dan het oude verbond van het oude Israël.


Terwijl Deuteronomium 33 de twaalf stammen van Israël laat zien met elk een apart stuk van de profetische koek, zo is aan ons als erfenis door de genade van Christus "alle geestelijke zegen gegeven die er in de hemel is" (Efeziërs 1:30, HTB).


Omdat er niemand is zoals God, zo is er ook niemand zoals Zijn volk. De Israëlieten uit het Oude Testament zijn op natuurlijke wijze geboren in het gezin van God, terwijl wij herboren zijn in Zijn gezin door de Heilige Geest (Johannes 1:11-13; 3:3). Geen van deze geboorterechten ging over superioriteit. Beiden gingen over redding. Beiden waren afhankelijk van genade.


Let op deze opvatting in Deuteronomium 33:29. "Uw geluk is groot, Israël! Wie is aan u gelijk? U bent een volk, _________________________?"


Voor ons als geloofsmensen is onze krachtbron erg indrukwekkend. Het gaat erom dat we weten wie Hij is. Hoewel, als we nooit Zijn identiteit in contact laten komen met de onze, zal de pijplijn, die het kruis gelegd heeft om ons te verbinden met de Goddelijke kracht, grotendeels verstopt blijven door ongeloof.


Laten we nu een andere wending nemen met de vraag wie? 


Lees Genesis 3:1-13. Probeer het antwoord te vinden op de vraag "Wie heeft je dat verteld?" om de oorsprong van de vraag te vinden. Wie heeft hen iets misleidend gezegd dat tot zonde leidde? Morgen zullen we dat onderwerp van misleiding meer gedetailleerd behandelen.