God dienen in een vijandige omgeving. Het voorbeeld van Daniël en zijn vrienden

Overdenking

God werd geëerd door Daniëls gedrag


De slechte plannen van Daniëls concurrenten waren gelukt: hij was in de leeuwenkuil gegooid. Ze verwachtten natuurlijk dat dat zijn einde betekende. Maar opvallend genoeg had koning Darius nog een glimpje hoop dat zijn favoriete rijksbestuurder deze beproeving zou overleven: “Uw God, Die u voortdurend vereert – Híj zal u verlossen.” (Daniel 6:17, HSV)


En dat deed God inderdaad.


De volgende morgen vertelde Daniël de koning vanuit de leeuwenkuil dat God een engel had gestuurd en dat de leeuwen hem niets hadden aangedaan. Dit was een ongelooflijk bewijs van Gods almacht en heerschappij. Koning Darius schreef zelfs een bevel dat al zijn onderdanen voor God moesten beven, want


“Hij verlost en redt,

Hij doet tekenen en wonderen

in de hemel en op de aarde,

Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.” (Daniël 6:28, HSV).


De ambtenaren wilden Daniël kwaad doen, maar God draaide hun slechte plannen om in iets goeds. Hij redde Zijn knecht en maakte daardoor Zijn almacht bekend “aan alle volken, natiën en talen die op heel de aarde woonden”.


Zie je hoe God iets goeds tot stand bracht door de slechte samenzweringen van deze bestuurders? Ken je meer Bijbelse voorbeelden waar God uit iets slechts, iets goeds laat gebeuren?