God dienen in een vijandige omgeving. Het voorbeeld van Daniël en zijn vrienden

Overdenking

Daniël gaf niet toe aan de druk


De jaloerse ambtenaren hadden eindelijk iets gevonden waardoor ze van Daniël af konden komen; het had te maken met “de wet van zijn God”. Ze haalden de koning over om een voorschrift te maken dat voor een periode van dertig dagen niemand een verzoek mocht doen aan enige god of mens, behalve aan de koning. Wie dit voorschrift zou overtreden, zou in de leeuwenkuil gegooid worden. Natuurlijk hadden de bestuurders dit idee niet bedacht om de koning een plezier te doen, maar omdat ze wisten dat Daniël iedere dag drie keer tot God bad. Dit was de ultieme test: zou Daniël doorgaan met zijn gebeden en een gruwelijke dood riskeren, of zou hij zich onderwerpen aan de nieuwe wet?


Zoals zijn vijanden al hadden gehoopt, achtte Daniël God hoger dan de koning. Hij veranderde niets aan zijn gewoonte om te bidden, zelfs al zou dat tot zijn executie leiden. De wetten waren duidelijk en er was geen ontsnappingsmogelijkheid; zelfs koning Darius kon Daniël nu niet redden. En dus werd hij in de leeuwenkuil gegooid.


Daniël was niet bereid om zijn gebeden op te geven, zelfs niet onder de druk van een tijdelijke, onrechtvaardige wet die ontworpen was door zijn jaloerse concurrenten.


Wat is voor jou zo belangrijk dat je er altijd aan vast zult houden, zelfs onder druk?