Je naaste liefhebben als jezelf

Overdenking

Wie is mijn naaste?


Het Bijbelgedeelte van vandaag gaat over een vraag die opkomt uit Jezus’ opdracht om onze naaste lief te hebben. De tekst zegt er expliciet bij dat de vraagsteller zichzelf wil rechtvaardigen, maar dezelfde vraag kan in ons opkomen als we oprecht Gods gebod willen gehoorzamen: Wie moet ik dan liefhebben? Wie is mijn naaste?


De gelijkenis die Jezus vertelt, maakte meteen duidelijk dat onze ‘naaste’ niet beperkt is tot onze buurman of onze familie en vrienden. Bovendien blijkt ‘liefhebben’ niet beperkt te zijn tot een vriendelijk praatje of warme gevoelens. ‘Je naaste liefhebben’ kan een echte uitdaging zijn.


De Samaritaan in de gelijkenis was een niet-Jood. Dat feit alleen al zou genoeg reden kunnen zijn om de beroofde man niet te helpen. Gewoonlijk verachtten en ontliepen Samaritanen en Joden elkaar. Maar deze man is een positieve uitzondering. Hij bekommert zich om iemand in nood met wie hij normaal niet om zou gaan. Daarmee stapte hij duidelijk uit zijn comfort-zone.


En dat is precies wat Jezus bedoelt met ‘je naaste liefhebben’. Zijn conclusie is duidelijk: “Ga heen en doet u evenzo”.


We moeten ons niet alleen bekommeren om mensen die we leuk vinden en met wie we een nauwe band hebben, maar om iedereen in nood die ons pad kruist. We moeten niet alleen die mensen liefhebben die we graag mogen, maar iedereen om ons heen die hulp nodig heeft.


Dat is een grote uitdaging! Vraag om Gods hulp en leiding als je probeert dit gebod te gehoorzamen.