Bijbel Voor Kinderen

Overdenking

Bijbel voor Kinderen presenteert HET EERSTE PAASFEEST



Geschreven door Edward Duncan Hughes









Op de heuvel Golgota is het rumoerig. Er staat een heel verdrietige vrouw. Het is Maria die daar staat. Aan het kruis hangt haar zoon Jezus. De Zoon van God moest sterven ook voor haar zonden.









Hoe kon dit alles gebeuren? Jezus die veel mensen geneest en wonderen doet, moet Hij nu sterven? Heeft de Here God een fout gemaakt?









Nee! God maakt geen fout. Jezus vergist zich ook niet. Jezus wist altijd al dat Hij gedood zou worden door zondige mensen. Toen Jezus een baby was, zei de oude Simeon in de tempel tegen Maria dat dit eens zou gebeuren.









Een paar dagen voordat Jezus sterft, giet een vrouw olie over de voeten van de Here Jezus. De discipelen klagen dat ze geld verkwist. "Ze heeft iets goeds gedaan," zegt Jezus, "ze doet dit voor Mijn begrafenis." Wat een vreemde woorden.









Judas is één van de twaalf discipelen. Hij besluit Jezus nu over te leveren aan de leidende priesters. Zijn loon hiervoor is dertig zilveren munten.









Op het joodse Paasofferfeest houdt Jezus een laatste maaltijd met Zijn discipelen. Hij vertelt hen geweldige dingen over de Here God en Zijn beloften voor wie in Hem geloven. 


Dan geeft Jezus hen brood en wijn om te delen. Het brood en de wijn zijn tekenen van Jezus zijn sterven. Bij het vieren van het avondmaal denken we terug aan het lichaam en bloed van Christus als vergeving voor al onze zonden.









Dan vertelt Jezus Zijn vrienden dat Hij verraden zal worden en dat ze zullen vluchten. "Ik zal niet vluchten," zegt Petrus. "Voor de haan kraait, zul je Mij drie keer verloochenen Petrus", zegt Jezus.









Later op de avond gaat Jezus naar de hof van Getsemane. De discipelen die meegegaan zijn, vallen in slaap. "O Mijn Vader," bidt Jezus, ". . laat deze beker aan Mij voorbij gaan. HEER laat niet wat Ik wil gebeuren, maar laat wat U wilt gebeuren."









Plotseling marcheert er een groep soldaten de hof binnen met Judas voorop. Jezus verzet zich niet, maar Petrus slaat een man het oor eraf. Jezus raakt het oor van de man aan en maakt hem weer beter. Jezus weet dat de gevangenneming ook Gods wil is.









De menigte neemt Jezus mee naar het huis van de hogepriester. De joodse leiders zeggen daar dat Jezus moet sterven. Petrus staat bij het vuur en wacht daar af wat er gaat gebeuren. 


Tot drie keer toe kijken er mensen naar Petrus. Ze zeggen, "Jij was ook bij Jezus!" Drie keer zegt Petrus dat hij Jezus niet kent precies zoals Jezus heeft voorspeld. Om de mensen zijn woorden te laten geloven, vloekt Petrus en zweert hij.









Op dat moment kraait de haan. Petrus herinnert zich de woorden van de Here Jezus. Hij gaat naar buiten en huilt bitter.









Judas heeft ook spijt. Hij weet dat Jezus niet schuldig is. Judas wil de dertig zilveren munten terugbrengen, maar de priesters willen het niet aannemen.


Judas gooit het geld op de grond. Hij gaat naar buiten en hangt zich op.









De priesters brengen Jezus voor Pilatus, de Romeinse gouverneur. Pilatus zegt: "Ik heb niets verkeerds gevonden in deze man." De menigte blijft echter schreeuwen: "Kruisigt Hem! Kruisigt Hem!"









Uiteindelijk stemt Pilatus toe. Pilatus veroordeelt Jezus tot de kruisdood. De soldaten bespotten Jezus, spuwen in Zijn gezicht en slaan Hem. Ze vlechten van doornen een kroon en zetten die op Zijn hoofd. Daarna nagelen ze Hem aan een houten kruis om Hem te doden.









Jezus heeft altijd geweten dat Hij op deze manier zal gaan sterven. Hij weet ook dat Zijn dood vergeving betekent voor zondaren die hun vertrouwen op Hem stellen. Twee moordenaars hangen naast Jezus. Eén van hen bespot Hem en vraagt geen vergeving. De ander gelooft in Jezus en gaat naar de hemel.









Na lange tijd van uitputting zegt Jezus: "Het is volbracht" en dan sterft Hij. Zijn werk is volbracht. Vrienden begraven Hem in het graf in de tuin van één van de vrienden.









Romeinse soldaten verzegelen het graf met een steen en houden er de wacht. Nu kan er niemand in of uit.









Hoe verdrietig zou het zijn als dit het einde was van het verhaal. God doet echter iets geweldigs. Jezus blijft niet dood!









Vroeg in de morgen op de eerste dag van de week, vinden enkele discipelen van Jezus de steen weggerold van het graf. Als ze in het graf kijken zien ze dat Jezus er niet meer ligt.









Een vrouw staat te huilen bij het graf. Jezus laat zich aan haar zien! Ze gaat vlug terug naar de andere discipelen, want ze wil het goede nieuws vertellen. "JEZUS LEEFT! JEZUS IS OPGESTAAN UIT DE DOOD!"









Al gauw verschijnt Jezus aan de discipelen. Hij laat zijn doorboorde handen zien. Het is waar. JEZUS LEEFT WEER! Hij vergeeft Petrus zijn verloochening. Jezus geeft zijn discipelen de opdracht om iedereen over Hem te vertellen. Dan gaat de Here Jezus terug naar de hemel.









EINDE