Bijbel Voor Kinderen

Dag 1 van 7 • Lezing van vandaag

Overdenking

Bijbel voor Kinderen presenteert TOEN GOD ALLES MAAKTE



Geschreven door Edward Duncan Hughes









Wie heeft ons gemaakt? De bijbel, Gods Woord, vertelt ons hoe het menselijk bestaan begon. Lang geleden maakte God de allereerste mens, en noemde hem Adam. 


God maakte Adam van het stof van de aarde. Toen God leven in Adam blies, kwam hij tot leven. Hij bevond zich in een prachtig hof die Eden heette.









Voordat God Adam schiep, maakte Hij een prachtige wereld vol met mooie dingen. Stap voor stap maakte God heuvels, velden, heerlijk ruikende bloemen, hoge bomen, fel gekleurde vogels en zoemende bijen, walvissen en gladde slakken. Inderdaad, God maakte alles wat er is – alles.









In het allereerste begin, voordat God iets gemaakt had, was er niets behalve God. Geen mensen of plaatsen of dingen. Niets. Geen licht en geen duisternis. Geen boven en geen beneden.  Geen gisteren en geen morgen. Er was alleen God die geen begin had. En toen sprak God.









In het begin heeft God de hemel en de aarde gemaakt.









De aarde was woest en leeg. En over de watermassa lag een diepe duisternis. Toen zei God: “Laat er licht zijn.”









En er was licht. God noemde het licht Dag en de duisternis noemde Hij Nacht. Het werd avond en het werd weer morgen, de eerste dag.









Op de tweede dag bracht God een scheiding tussen de wateren van de oceanen, zeeën en meren en de hemel. Op de derde dag zei God: “Laat het droge land zichtbaar worden.” En het gebeurde.









God gaf ook het bevel dat gras, bloemen, struiken en bomen moesten verschijnen. En ze verschenen. Het werd avond en het werd weer morgen, de derde dag.









Toen maakte God de zon en de maan en zoveel sterren dat niemand ze kon tellen. Het werd avond en het werd weer morgen, de vierde dag.









Zeedieren, vissen en vogels waren het volgende op Gods lijst. Op de vijfde dag maakte hij grote zwaardvissen en kleine sardientjes, lang gebeende struisvogels en blijde koolmeesjes. God maakte elke soort vis om het water te vullen. Elke soort vogel om van het land, de zee en de lucht te genieten. Het werd avond en het werd weer morgen, de vijfde dag.









Daarna sprak God opnieuw. Hij zei: “Laat de aarde dieren voortbrengen…” Alle soorten dieren, insecten en reptielen kwamen tot leven. Er waren enorme olifanten en bezige bevers. Ondeugende apen en onhandige krokodillen. Krioelende wormen en rondspringende eekhoorns. Bendes giraffen en spinnende poezen. Alle soorten dieren werden op die dag door God gemaakt. Het werd avond en het werd weer morgen, de zesde dag.









God deed nog iets anders op de zesde dag – iets heel bijzonders. Alles was nu klaar voor de mens. Er was eten in de velden en er waren dieren om hem te dienen. En God zei: “Laat Ons mensen maken die op ons lijken en kunnen heersen over alles op aarde.” ZO SCHIEP GOD DE MENS NAAR ZIJN EVENBEELD; NAAR ZIJN BEELD SCHIEP HIJ HEN...









God sprak tot Adam. “Eet wat je wilt van de hof. Maar eet niet van de boom van kennis van goed en kwaad. Want als je daarvan eet, zul je zeker sterven.”









En de Here God zei: “Het is niet goed voor de mens alleen te zijn. Ik zal iemand voor hem maken die hem kan helpen.” God bracht alle vogels en dieren bij Adam. Adam gaf ze allen namen. Hij moet wel slim geweest zijn om dat te kunnen doen. Maar geen van alle dieren was geschikt om een helper voor Adam te zijn.









God bracht Adam in een diepe, diepe slaap. Hij nam één van de ribben van de slapende man, en gebruikte die om een vrouw te maken. De vrouw die God maakte was precies goed om een partner voor Adam te zijn.









God maakte alles in zes dagen. Toen zegende God de zevende dag en maakte het tot een rustdag. In de hof van Eden leefden Adam en Eva heel gelukkig terwijl ze gehoorzaam waren aan God. God was hun Heer, hun Verzorger en hun Vriend.









EINDE