Bijbel Voor Kinderen

Dag 3 van 7 • Lezing van vandaag

Overdenking

Bijbel voor Kinderen presenteert NOACH EN DE ZONDVLOED



Geschreven door Edward Duncan Hughes









Noach was een man die God aanbad. Alle andere mensen haatten God en waren ongehoorzaam aan Hem. Op een dag zei God iets schokkends. “Ik zal deze wereld vernietigen,” vertelde God Noach. “Alleen jouw gezin zal gered worden.”









God waarschuwde Noach dat er een grote zondvloed zou komen die de hele aarde zou bedekken. “Bouw een houten ark, een boot groot genoeg voor jouw gezin en vele dieren,” beval God Noach. God gaf Noach precieze instructies. Noach had het erg druk!









De mensen dreven vast de spot met Noach toen hij uitlegde waarom hij een ark aan het bouwen was. Noach bleef door bouwen. Hij bleef de mensen ook vertellen van God. Niemand luisterde.









Noah had een groot geloof. Hij geloofde God ook al had het daarvoor nog nooit geregend. Al gauw was de ark klaar om gevuld te worden met voedsel.









Nu kwamen de dieren. God bracht zeven paar van sommige dieren aan boord, en één paar van iedere andere soort. 


Vogels groot een klein, dieren piepklein en groot kwamen allemaal naar de ark.









Misschien riepen de mensen beledigingen naar Noach toen hij de dieren in de ark bracht. 


Ze stopten niet met zondigen tegen God. Ze vroegen niet of ze ook in de ark mochten komen.









Eindelijk waren alle dieren en vogels aan boord. “Kom binnen in de ark,” zei God tegen Noach. “Jij en je gezin.” Noach, zijn vrouw, zijn drie zonen en hun vrouwen kwamen de ark binnen. Toen sloot God de deur!









Toen kwam de regen. Een enorme stroom doordrenkte de aarde veertig dagen en nachten lang.









Vloedwater stroomde over steden en dorpen. Toen de regen stopte, waren zelfs de bergen verdwenen onder water. Alles wat adem had was dood gegaan.









Terwijl het water steeg, dreef de ark er bovenop. Het was misschien donker binnenin, misschien hobbelig, en misschien zelfs eng. Maar de ark beschermde Noach van de zondvloed.









Na vijf maanden zondvloed, stuurde God een drogende wind. Langzaam kwam de ark tot rust op de toppen van de berg Ararat. Noach bleef in de ark voor nog eens veertig dagen terwijl het water zakte.









Noach liet een raaf en een duif naar buiten door het open raam van de Ark. De duif vond nergens een droge plaats om neer te strijken, en de duif kwam terug naar Noach.









Een week later probeerde Noach het opnieuw. De duif kwam terug met een nieuw olijfblad in zijn snavel. De volgende week wist Noach dat de aarde droog was, want de duif kwam niet meer terug.









God vertelde Noach dat het tijd was om de ark te verlaten. Noach liet samen met zijn familie alle dieren uit de ark komen.









Hoe dankbaar moet Hij bouwde een Noach zich gevoeld altaar en aanbad hebben! God die hem en zijn gezin van de nare zondvloed gered had.









God gaf Noach een prachtige belofte. Nooit meer zou Hij een zondvloed sturen om de zonde van de mensen te oordelen. God gaf een schitterend teken van het verbond. De regenboog was het teken van Gods belofte.









Noach en zijn gezin begonnen opnieuw na de zondvloed. Na een tijd bevolkten zijn nakomelingen de hele aarde. Alle naties van de wereld zijn begonnen bij Noach en zijn kinderen.









EINDE