Bijbel Voor Kinderen

Dag 4 van 7 • Lezing van vandaag

Overdenking

Bijbel voor Kinderen presenteert DE GEBOORTE VAN JEZUS



Geschreven door Edward Duncan Hughes









Lang geleden stuurde God de engel Gabriël naar een aardig jong joods meisje dat Maria heette. Hij zei tegen haar: “Je zult een zoon krijgen en Hem de naam Jezus geven. Hij zal de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. Hij zal voor altijd regeren.”









“Hoe kan dit gebeuren?” vroeg het meisje verbaasd. “Ik ben nog een maagd.” De engel vertelde Maria dat het kind van God zou komen. Er zou geen aardse vader voor het kind zijn.









De engel vertelde Maria toen dan haar nicht Elizabet ook een baby zou krijgen, ook al was ze erg oud. Dit was ook een wonder. Kort daarna ging Maria bij Elizabet op bezoek. Samen prezen zij God.









Maria was verloofd met een man die Jozef heette. Jozef was verdrietig toen hij hoorde dat Maria in verwachting was van een baby. Hij dacht dat een andere man de vader was.









In een droom vertelde Gods engel aan Jozef dat dit kind Gods zoon was. Jozef moest Maria helpen om voor Jezus te zorgen.









Jozef vertrouwde op God en hij gehoorzaamde God. Hij gehoorzaamde ook de wetten van het land. Vanwege een nieuwe wet vertrokken Maria en Jozef naar het dorp van hun voorouders, Betlehem, om belasting te betalen.









Maria zou haar baby gauw krijgen. Maar Jozef kon nergens een kamer vinden. Alle herbergen waren vol.









Eindelijk vond Jozef een stal. Daar werd Jezus als baby geboren. Zijn moeder legde hem in een kribbe, waar normaal gesproken het voer voor de dieren in lag.









Er waren vlakbij herders die voor hun kudde schapen zorgden. Gods engel verscheen aan hen en vertelde het geweldige nieuws. 


“Heden is er een Redder geboren in de stad van David, het is Christus de Heer. Jullie zullen de baby liggend in een voerbak vinden.”









Plotseling verschenen er vele engelen. Ze prezen God en zeiden, “Ere zij God in de hoge en vrede op aarde bij de mensen die naar Zijn wil leven.”









De herders gingen snel naar de stal. Nadat zij de baby gezien hadden, vertelden ze iedereen die ze ontmoeten wat de engel gezegd had over Jezus.









Veertig dagen later brachten Jozef en Maria Jezus naar de tempel in Jeruzalem. Daar was een man die Simeon heette, en hij loofde God, terwijl oude Hanna, een andere dienaar van de Heer, God dankte. 


Beide wisten dat Jezus de Zoon van God was, de beloofde Redder. Jozef offerde twee vogels. Dit was een offer dat volgens de wet van God gebracht moest worden door arme mensen wanneer zij een pasgeboren kind aan de Here opdroegen.









Enige tijd later was er een bijzondere ster die Wijze Mannen uit het Oosten naar Jeruzalem leidde. “Waar is de Koning van de Joden die pas geboren is?” vroegen zij. “Wij willen Hem aanbidden.”









Koning Herodes hoorde van de Wijze Mannen. Geschrokken vroeg hij hen of ze hem wilden vertellen wanneer ze Jezus gevonden hadden. “Ik wil Hem ook aanbidden,” zei Herodes. Maar hij loog. Herodes wilde Jezus vermoorden.









De ster leidde de Wijze Mannen naar het precieze huis waar Maria en Jozef woonden met Jezus. De reizigers bogen neer om Hem te aanbidden en ze gaven Jezus dure schatten van goud en wierook en mirre.









God waarschuwde de Wijze Mannen en zei tegen hun dat ze stiekem naar huis moesten terugkeren. Herodes was woedend. 


Omdat hij vastbesloten had dat hij van Jezus af wilde komen, liet de slechte regeerder alle baby jongetjes in Betlehem vermoorden.









Maar Herodes kon Gods Zoon geen kwaad doen! Nadat Jozef gewaarschuwd was in een droom, nam hij Maria en Jezus veilig mee naar Egypte.









Toen Herodes dood ging, bracht Jozef Maria en Jezus terug uit Egypte. Ze woonden in het kleine dorp Nazaret, vlakbij de zee van Galilea.









EINDE