1
GENESIS 46:3
Statenvertaling Jongbloed-editie
SVV
En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten.
Compare
Explore GENESIS 46:3
2
GENESIS 46:4
Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen wederoptrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.
Explore GENESIS 46:4
3
GENESIS 46:29
Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israël tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.
Explore GENESIS 46:29
4
GENESIS 46:30
En Israël zeide tot Jozef: Dat ik nu sterve, nadat ik uw aangezicht gezien heb, dat gij nog leeft!
Explore GENESIS 46:30