1
Spreuken 26:4-5
EBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling
EBV24
Antwoord een dwaas niet naar zijn dwaasheid, anders ga jijzelf nog op hem lijken. Antwoord een dwaas naar zijn dwaasheid, opdat hij niet wijs wordt in eigen ogen.
Compare
Explore Spreuken 26:4-5
2
Spreuken 26:11
Zoals een hond die terugkeert naar zijn braaksel, zo valt een dwaas steeds terug in zijn dwaasheid.
Explore Spreuken 26:11
3
Spreuken 26:20
Als er geen hout is, gaat het vuur uit, en als er geen roddelaar is, wordt de ruzie gesust.
Explore Spreuken 26:20
4
Spreuken 26:27
Wie een kuil graaft, valt er zelf in, en wie een steen omrolt, op hemzelf zal die terugkeren.
Explore Spreuken 26:27
5
Spreuken 26:12
Heb je ooit een man gezien die wijs is in eigen ogen? Er is meer hoop voor een dwaas dan voor hem.
Explore Spreuken 26:12
6
Spreuken 26:17
Als wie een hond bij de oren grijpt, zo is een voorbijganger die zich met een ruzie bemoeit die hem niet aangaat.
Explore Spreuken 26:17
Home
Bible
Plans
Videos