Titus 1:7-8
Titus 1:7-8 EBV24
Want een opziener moet onberispelijk zijn als beheerder van het huis van GOD. Hij moet niet eigenzinnig zijn, niet driftig, zich niet te buiten gaan aan wijn, geen losse handen hebben en geen onzuivere winst liefhebben. Laat hij liefde bewijzen aan vreemdelingen, het goede liefhebben, bescheiden zijn, rechtvaardig, heilig en laat hij zichzelf beheersen.





