1
Romeinen 4:20-21
Gods Boek - het Nieuwe Testament
gbvnt
Hij gaf het geloof niet op en twijfelde niet aan Gods belofte. Integendeel, zijn geloof werd sterker en hij gaf God de eer. Hij was er volledig van overtuigd dat God in staat was om te doen wat Hij beloofd had.
Compare
Explore Romeinen 4:20-21
2
Romeinen 4:17
want in de Schriften staat: “Ik heb van jou een vader van vele volken gemaakt.” En dat is hij ook geworden voor de God in Wie hij geloofde, de God die de doden het leven geeft en die aan het onbestaande het bestaan schenkt.
Explore Romeinen 4:17
3
Romeinen 4:25
Jezus werd overgeleverd voor onze overtredingen en weer tot leven gewekt voor onze vrijspraak.
Explore Romeinen 4:25
4
Romeinen 4:18
Toen er geen hoop meer voor hem was, bleef hij geloven dat hij vader van vele volken zou worden, omdat hem was beloofd: “Zoveel afstammelingen zal je krijgen.”
Explore Romeinen 4:18
5
Romeinen 4:16
De belofte berust dus op geloof, op genade. Om die reden geldt de belofte voor al Abrahams afstammelingen – niet enkel zij die de Wet hebben maar ook zij die zijn geloof hebben. Hij is de vader van ons allen
Explore Romeinen 4:16
6
Romeinen 4:7-8
“Gezegend zijn zij wiens overtredingen zijn vergeven en wiens zonden zijn uitgewist. Gezegend is de persoon aan wie de Heer zijn zonde niet toerekent.”
Explore Romeinen 4:7-8
7
Romeinen 4:3
Want wat staat er in de Schriften? “Abraham geloofde God en op grond daarvan werd hij vrijgesproken van schuld”.
Explore Romeinen 4:3