1
Handelingen 13:2-3
Gods Boek - het Nieuwe Testament
gbvnt
Ze waren de Heer aan het aanbidden en aan het vasten, toen de Heilige Geest zei: “Maak Barnabas en Saulus vrij voor de taak waarvoor Ik hen heb geroepen.” Ze vastten en baden voor hen, legden hun de handen op en stuurden hen op pad.
Compare
Explore Handelingen 13:2-3
2
Handelingen 13:39
Ieder die in Hem gelooft, wordt vrijgesproken van alle schuld waarvoor geen vrijspraak mogelijk was op basis van de Wet van Mozes.
Explore Handelingen 13:39
3
Handelingen 13:47
Want de Heer heeft ons opgedragen: ‘Ik heb je aangesteld tot een licht voor de volken, om redding te brengen tot aan de uithoeken van de aarde.’”
Explore Handelingen 13:47