1
MATTHEÜS 22:37-39
Statenvertaling Jongbloed-editie
SVV
En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
Compare
Explore MATTHEÜS 22:37-39
2
MATTHEÜS 22:40
Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Explore MATTHEÜS 22:40
3
MATTHEÜS 22:14
Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Explore MATTHEÜS 22:14
4
MATTHEÜS 22:30
Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.
Explore MATTHEÜS 22:30
5
MATTHEÜS 22:19-21
Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij den schattingpenning. En zij brachten Hem een penning. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift? Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
Explore MATTHEÜS 22:19-21