De tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen, opdat zij luizen voortbrachten; doch zij konden niet; zo waren de luizen aan de mensen, en aan het vee.
Toen zeiden de tovenaars tot Faraö: Dit is Gods vinger! Doch Faraö's hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.