Want telkens als ik tot hen spreek, roep ik het uit, roep ik over geweld en verwoesting. Alle dagen word ik bespot en beschimpt om het woord van de HEER. Daarom zei ik: 'Ik zal niet meer aan Hem denken, ik zal niet meer in zijn naam spreken.' Maar dan werden uw woorden in mijn hart als een laaiend vuur, opgesloten in mijn gebeente. Ik heb grote moeite gedaan om het in te houden, maar ik kan het niet.