Hebben jullie geen ontzag voor Mij, spreekt de HEERE. Willen jullie niet voor mijn aangezicht beven, voor Mij die het zand tot de grens voor de zee heeft gesteld, een eeuwige natuurwet die de golven niet mogen overschrijden. Daar komen zij aanrollen, toch zullen ze het niet kunnen, zijn golven bruisen wel, toch zullen zij die grens niet overschrijden.’