1 KORINTIËRS 10
10
Israël als voorbeeld
1Ik wil dat jullie beseffen, broeders en zusters, dat onze voorouders allemaal onder de wolk waren, en allemaal de zee zijn doorgegaan.#10:1 zie Ex 14 2Allemaal zijn ze in Mozes gedoopt in de wolk en in de zee, 3allemaal aten ze hetzelfde geestelijke voedsel, 4en allemaal dronken ze dezelfde geestelijke drank, want ze dronken uit de geestelijke rots die met hen mee ging, en die rots was Christus. 5En toch had God geen vreugde in het merendeel van hen, en ze werden geveld in de woestijn.#10:5 zie Num 14:26-29
6Deze dingen zijn gebeurd als voorbeeld voor ons, opdat wij niet naar het kwade zouden verlangen, zoals zij. 7En aanbid geen afgoden, zoals een aantal van hen deed, zoals geschreven staat: "Het volk ging zitten om te eten en te drinken en ze stonden op om te spelen."#10:7 Dit 'spelen' is een eufemisme voor losbandig feestvieren. Zie Ex 32:6,25 8En laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen deed, en op één dag vielen er van hen drieëntwintigduizend.#10:8 zie Num 25:1-18 9En laten we Christus niet uitdagen, zoals een aantal van hen deed, en ze werden gedood door gifslangen.#10:9 zie Num 21:5-6 10En klaag niet opstandig tegen God, zoals een aantal van hen deed, en ze werden omgebracht door de vernietiger.#10:10 zie Num 16:41-49
11Al deze dingen zijn hun overkomen als een voorbeeld voor ons, en ze zijn opgeschreven als waarschuwing voor ons die nu aan het einde van de tijd leven. 12Dus wie denkt stevig te staan, moet oppassen niet ten val te komen. 13Jullie hebben geen bovenmenselijke verzoekingen te doorstaan, want God is trouw en zal niet toestaan dat jullie boven je krachten verzocht worden. Hij zal, wanneer verzoeking komt, ook voor uitkomst zorgen, zodat jullie ertegen bestand zullen zijn.
De maaltijd van de Heer
14Houd je daarom ver van afgoderij, geliefde broeders en zusters. 15Ik spreek tot verstandige mensen, dus beoordeel zelf wat ik zeg. 16Door de wijnbeker waarvoor wij dankbaar zijn en God danken, worden we toch één met het bloed van Christus? En door het brood dat we breken, worden we toch één met het lichaam van Christus?#10:16 zie Mar 14:22-24 | vgl Joh 6:48-58 17Door één brood zijn wij, hoewel met velen, met elkaar verbonden tot één Lichaam, doordat wij allemaal deelhebben aan dat ene brood. 18Kijk maar naar het volk Israël: degenen die van de offers eten, hebben daarmee toch deel aan het altaar?
19Wat wil ik hiermee zeggen? Dat een afgod iets te betekenen heeft, of een afgodenoffer? 20#Deut 32:17Ik bedoel dat wat de volken offeren, een offer is aan de demonen, niet aan God. En ik wil niet dat jullie je met de demonen verbinden. 21Jullie kunnen niet uit de wijnbeker van de Heer drinken, én uit de wijnbeker van de demonen. Jullie kunnen niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer, én aan de maaltijd van de demonen. 22Of willen we de afgunst van de Heer opwekken?#10:22 zie Ex 20:1-5 Zijn we soms sterker dan Hij?
Rekening houden met elkaar
23Alles is mij wel toegestaan, maar niet alles is raadzaam. Alles is mij wel toegestaan, maar niet alles is opbouwend. 24Laat niemand op zijn eigen belang uit zijn, maar op het belang van de anderen. 25Eet gerust alles wat op de vleesmarkt te koop is, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen; 26#Ps 24:1want de aarde is van de Heer, met alles wat daar is. 27Wanneer een ongelovige je uitnodigt voor de maaltijd en je neemt de uitnodiging aan, eet dan gerust alles wat je voorgezet wordt, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen. 28Maar als iemand tegen je zegt: "Dat is van een afgodenoffer," eet het dan niet, omwille van degene die jou daarop wijst, en omwille van het geweten; want de aarde is van de Heer, met alles wat daar is. 29Ik bedoel hier echter niet jouw eigen geweten, maar dat van die ander. Immers, mijn vrijheid wordt toch niet bepaald door andermans geweten? 30Als ik onder dankzegging iets eet, kan een ander toch geen kwaad spreken van iets waarvoor ik God gedankt heb? 31Of jullie nu eten of drinken of wat dan ook doen, doe alles tot eer van God. 32Werp nergens een hindernis mee op, niet voor Joden, niet voor Grieken en niet voor de gemeente van God. 33Ook ikzelf wil altijd in alles anderen terwille zijn, want het gaat niet om mijn eigen belang, maar om dat van de anderen, opdat ze gered zullen worden.
Селектирано:
1 KORINTIËRS 10: VB
Нагласи
Копирај
Спореди
Сподели
Дали сакаш да ги зачуваш Нагласувањата на сите твои уреди? Пријави се или најави се
VensterBijbel
Copyright (c) 2023 Stichting VensterBijbel