Heilige rust: een 5-daags leesplan

Dag 1 van 5 • Lezing van vandaag

Overdenking

 VERTEREND VUUR


Eigenlijk zou er een “ontloop-je-verantwoordelijkheden-kaart” moeten zijn. Deze kan je dan uitspelen op de dagen dat het leven gewoon even té moeilijk is. Die dagen waarop je met alles wat in je is, verlangt naar een moment van stilte. Deze gedachte kwam in me op toen ik uitgestrekt op de grond van de bijkeuken lag. 


Ik heb nooit geweten dat kille houten planken zo verschrikkelijk genezend kunnen zijn. Ik ben me ook nooit bewust geweest van het feit dat er zoveel aspecten van rust en vrede zijn, die je pas ontdekt wanneer je bewust even gaat liggen. Vrede kent vele vormen. Vandaag kwam het tot uiting tijdens een rustpauze van tien minuten, waarin ik me even onttrok aan de chaos die mijn leven geworden is. Er was geen tijd om even echt te ontsnappen en uitgebreid te ontspannen. Geen tijd voor lange, uitgebreide ontspanningsrituelen. Geen manicure of pedicure. Geen thee met een koekje. Geen macchiato met karamel. Geen lekker bad met zout uit de Dode Zee. 


Nee, vandaag heb ik geen tijd om mijn vermoeidheid te lijf te gaan op de manieren waarop ik dat normaal doe. Dus doe ik wat ieder normaal, opgebrand mens zou doen na het ophalen van de kinderen bij de opvang. Ik zette ze voor de tv met wat lekkers en ik ging op de grond liggen. Terwijl ik mijn rug uitstrekte op de houten vloer met mijn handpalmen naar beneden, sloot ik mijn ogen. Op dat moment van bewust loslaten, voelde ik langzaam een begin van vrede in me opkomen. 


De vrede kwam langzaam. Het was alsof God zelf met zijn Goddelijke adem nieuwe kracht in mij blies. Ik ademde het in. Ik hield me vast aan het moment, wilde dat het nóg iets langer zou duren. Ik had zelfs meer nodig om mijn honger naar rust te stillen. Het was geen verlangen naar meer slaap, maar een smachten naar echte geestelijke rust. Nu ik er weer over nadenk: misschien was het niet zo dat ik gevuld moest worden, maar eerder dat ik iets kwijt moest. Wat het ook is wat er op dat moment op die vloer gebeurde, het was heel krachtig. 


Uit de woonkamer klonk het gelach van mijn kinderen, die zich verheugden over de capriolen van de tekenfilm die ze keken. Vanbinnen lachte ik met ze mee. De glimlach op mijn gezicht werd slechts een beetje verstoord toen de hond mijn gezicht likte en mijn peuter over mijn been kroop. Het was een rommelige vrede, maar het was de mijne. Echte vrede, midden in een geestelijke storm. 


Ik zou wel kunnen klagen, maar dat zou nutteloos zijn. Als ik echt eerlijk ben, moet ik toegeven dat deze storm mijn eigen schuld is. Ik heb het zelf gecreëerd en ook gevoed. En steeds zoek ik naar andere mensen die ik er vervolgens in meetrek. Het was niet mijn bedoeling. Maar het is wel een realiteit in het leven dat ik gecreëerd heb. 


Weet je, ik ben een doener. Als ik niks doe, verspil ik mijn tijd. Tenminste, dat is wat ik altijd dacht. Tot ik een paar jaar geleden, vanuit deze kwetsbare positie, mijn echtgenoot aankeek, die me met een grijnslachje vroeg: “Wat in vredesnaam doe jij op de grond?” Het enige antwoord dat ik kon verzinnen, was “branden”. 


Het beeld dat in me opkwam was dat van aanmaakhout dat wordt verteerd door het vuur. Ik was het aanmaakhout. Ik was opgebrand. Het leven dat ik gecreëerd had, verteerde alles wat ik waardevol vond. Maar vandaag was ik een aanmaakhoutje dat wordt verteerd door een eeuwig vuur. Een vuur met de kracht om alle loodzware drukte te verteren. Een vuur dat een verlangen in mij doet ontbranden om de bron van deze vreemde rommelige rust aan te boren. Een verlangen om dichter bij deze heilige schuilplaats van rust te komen.