MATTEÜS 25:35
MATTEÜS 25:35 VB
Want Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik had dorst en jullie hebben Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en jullie hebben Mij in huis genomen.
Want Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik had dorst en jullie hebben Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en jullie hebben Mij in huis genomen.