Daarna zei de HEER tegen Mozes: "Ga naar de farao. Ik heb het hart van de farao en van zijn dienaren verhard, omdat Ik mijn wondertekenen onder hen wil doen en omdat Ik wil dat jullie later aan je kinderen en kleinkinderen kunnen vertellen wat Ik in Egypte heb aangericht en welke wonderen Ik er heb gedaan, opdat jullie zullen weten dat Ik de HEER ben."