MATTEÜS 16
16
De vraag om een teken
1 #
Mat 12:38-41 | Mar 8:11-13 | Luk 11:29-30 Er kwamen Farizeeërs en Sadduceeërs naar Jezus toe om Hem uit te dagen, en ze vroegen Hem hun een teken uit de hemel te laten zien. 2Maar Hij antwoordde: "Wanneer het avond wordt, zeggen jullie: 'Morgen mooi weer, want de hemel kleurt rood.' 3En 's morgens zeggen jullie: 'Slecht weer vandaag, want de hemel kleurt donkerrood.' Huichelaars, de aanblik van de hemel weten jullie goed te duiden, maar de tekenen van de tijd niet? 4Een verdorven en ontrouw geslacht vraagt om een teken, maar het zal geen ander teken krijgen dan het teken van de profeet Jona."#16:4 zie Mat 12:38-40 En Hij liep bij hen weg en vertrok.
De zuurdesem van de Farizeeërs en Sadduceeërs
5 #
Mar 8:14-21 | Luk 12:1 Daarna voeren de leerlingen naar de overkant, maar ze hadden vergeten brood mee te nemen. 6Jezus zei tegen hen: "Kijk goed uit voor de zuurdesem van de Farizeeërs en Sadduceeërs." 7Ze hadden het er met elkaar over en zeiden: "Dat zegt Hij omdat we geen brood meegenomen hebben." 8Jezus wist dat en zei: "Waarom hebben jullie het er met elkaar over dat jullie geen brood hebben meegenomen, kleingelovigen? 9Begrijpen jullie het dan nog niet? Weten jullie niet meer van de vijf broden bij de vijfduizend man, en hoeveel manden vol brood jullie opgehaald hebben? 10En zijn jullie ook de zeven broden bij de vierduizend man vergeten, en hoeveel korven vol brood jullie ophaalden? 11Waarom begrijpen jullie niet dat Ik het niet over brood had, toen Ik zei dat jullie moeten uitkijken voor de zuurdesem van de Farizeeërs en de Sadduceeërs?" 12Toen begrepen ze dat Hij niet bedoelde dat ze moesten uitkijken voor de zuurdesem van het brood, maar voor het onderricht van de Farizeeërs en de Sadduceeërs.
Petrus begrijpt wie Jezus is
13 #
Mar 8:27-30 | Luk 9:18-21 Toen Jezus in de streek van Cesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij zijn leerlingen: "Wat zeggen de mensen over Mij, de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?" 14Ze antwoordden: "Sommigen zeggen: Johannes de Doper, anderen: Elia,#16:14 zie Mal 4:5 weer anderen: Jeremia of een van de profeten." 15Hij vroeg hen: "En jullie? Wie ben Ik volgens jullie?" 16Simon Petrus antwoordde: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." 17Jezus antwoordde: "Simon, zoon van Jona, je bent gezegend! Want dat is jou niet onthuld door vlees en bloed, maar door mijn Vader in de hemel. 18Ik zeg je ook dat jij Petrus bent. Op deze rots#16:18 Woordspeling op het Griekse woord voor rots: petra. zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen de gemeente niet kunnen overmeesteren. 19Ik zal je de sleutels#16:19 'sleutels' staan voor macht / gezag van het Koninkrijk van de hemel geven. Alles wat je op de aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel; en alles wat je op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel." 20En Hij verbood zijn leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat Hij, Jezus, de Christus was.
Jezus kondigt zijn dood aan
21 #
Mar 8:31-33 | Luk 9:22 Vanaf dat moment begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan, dat Hij veel zou moeten lijden door de oudsten, de opperpriesters en de schriftgeleerden, dat Hij gedood moest worden en dat Hij op de derde dag tot leven gewekt zou worden. 22Daarop nam Petrus Hem apart en begon Hem terecht te wijzen: "Heer, laat God dat voorkomen! Dat mag niet gebeuren!" 23Maar Jezus keerde Zich van hem af en zei tegen Petrus: "Ga weg achter Mij, satan, je wilt Mij ten val brengen! Jij bent niet uit op de dingen van God, maar op die van de mensen."
Jezus volgen
24 #
Mar 8:34-37 | Luk 9:23-25 Daarna zei Jezus tegen zijn leerlingen: "Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. 25Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het leven vinden. 26#Ps 49:7-8Want wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld zou verkrijgen, maar zijn leven verliest? En wat kan een mens geven in ruil voor zijn leven? 27#Ps 62:13bWant de Mensenzoon zal bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader komen, met zijn engelen. Dan zal Hij ieder mens geven wat hem toekomt voor zijn daden. 28Ik verzeker jullie dat enkelen van jullie die hier staan niet zullen sterven voordat ze de Mensenzoon in zijn koninklijke waardigheid hebben zien komen."
Nu geselecteerd:
MATTEÜS 16: VB
Markering
Delen
Kopiëren
Wil je jouw markerkingen op al je apparaten opslaan? Meld je aan of log in
VensterBijbel
Copyright (c) 2023 Stichting VensterBijbel