Numeri 11:1-3
Numeri 11:1-3 NBG51
Toen het volk aan het klagen was, was het kwaad in de oren des HEREN; de HERE hoorde het en zijn toorn ontstak, waarop het vuur des HEREN onder hen ontbrandde en aan de rand van de legerplaats woedde. Toen kermde het volk tot Mozes en Mozes bad tot de HERE; daarop doofde het vuur. Daarom gaf men aan die plaats de naam Tabera, omdat onder hen het vuur des HEREN had gebrand.

