Spreuken 30:1-4

Spreuken 30:1-4 HSV

De woorden van Agur, de zoon van Jake: de last. De man spreekt tot Ithiël, tot Ithiël en Uchal. Voorzeker, ik ben onverstandiger dan iemand anders, ik heb geen menselijk inzicht. Ik heb geen wijsheid geleerd en de kennis van heiligen niet bezeten. Wie is er naar de hemel opgestegen en vandaar neergedaald? Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers?