Hebreeën 1
HSV

Hebreeën 1

1
Christus de Zoon van God
1Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,
2Die Hij #Matt. 21:38Erfgenaam gemaakt heeft van alles, #Gen. 1:3; Ps. 33:6; Joh. 1:3; Efez. 3:9; Kol. 1:16door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.
3 # 2 Kor. 4:4; Filipp. 2:6; Kol. 1:15 Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.
4 Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, #Filipp. 2:9voortreffelijker is dan die van hen.
5Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: #Ps. 2:7; Hand. 13:33; Hebr. 5:5U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: #2 Sam. 7:14; 1 Kron. 22:10Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
6En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: #Ps. 97:7En laten alle engelen van God Hem aanbidden.
7En van de engelen zegt Hij weliswaar: #Ps. 104:4Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam,
8maar tegen de Zoon zegt Hij: #Ps. 45:7Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.
9U hebt gerechtigheid lief en haat ongerechtigheid. Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.
10En: #Ps. 102:26In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen.
11 # Jes. 51:6; 2 Petr. 3:7,10 Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad,
12en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.
13En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: #Ps. 110:1; Hand. 2:34; 1 Kor. 15:25; Efez. 1:20; Hebr. 10:12Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
14Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?

Herziene Statenvertaling © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017.

Meer informatie over Herziene Statenvertaling