De woorden van Amos, die tot de schapenfokkers uit Tekoa behoorde, de woorden die hij aanschouwd heeft over Israël, in de dagen van Uzzia, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël, twee jaar voor de aardbeving.
Hij zei: “De HEERE zal brullen uit Sion en zijn stem verheffen uit Jeruzalem, de weiden van de herders zullen treuren en de top van de Karmel zal verdorren.”