1
Jesaja 6:8
Herziene Statenvertaling
HSV
Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij.
Ṣe Àfiwé
Ṣàwárí Jesaja 6:8
2
Jesaja 6:3
De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!
Ṣàwárí Jesaja 6:3
3
Jesaja 6:5
Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien.
Ṣàwárí Jesaja 6:5
4
Jesaja 6:1
In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel.
Ṣàwárí Jesaja 6:1
5
Jesaja 6:7
Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.
Ṣàwárí Jesaja 6:7
6
Jesaja 6:2
Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
Ṣàwárí Jesaja 6:2
7
Jesaja 6:6
Maar een van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen.
Ṣàwárí Jesaja 6:6
8
Jesaja 6:9
Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.
Ṣàwárí Jesaja 6:9
9
Jesaja 6:10
Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe, en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.
Ṣàwárí Jesaja 6:10