Psalmen 119:81-128 - Vergelijk alle vertalingen

Psalmen 119:81-128 HTB (Het Boek)

Alles in mij verlangt naar uw bevrijding, zoals U hebt beloofd. Mijn ogen kijken verlangend uit naar de vervulling van uw belofte, wanneer komt U om mij te troosten? Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden, maar toch heb ik uw wet niet vergeten. Hoe lang laat U mij nog in leven? Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden? Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet, hebben een kuil voor mij gegraven. U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd? Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan. Het is hun bijna gelukt mij te doden, maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen. Laat ik mogen leven in overeenstemming met uw goedheid en liefde. Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden. HERE, uw woord blijft eeuwig bestaan tot in de hemelen toe. U bewijst uw trouw aan elke generatie. U hebt ook de aarde gemaakt, zodat die stevig gegrondvest is. Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften. Alles is aan U onderworpen. Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren, was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan. Nooit zal ik uw wetten vergeten, want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven. Ik ben uw eigendom, bevrijd mij. Ik verlang naar uw opdrachten. Ongelovigen zijn er op uit mij te vernietigen, maar ik let uitsluitend op uw woord. Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook, eens een einde heeft. Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn. Wat houd ik veel van uw wet! Ik denk er de hele dag over na. Uw geboden geven mij meer wijsheid dan mijn vijanden hebben. Want ik heb ze altijd bij me. Ik heb meer verstand dan de mensen die mij eens lesgaven, omdat ik voortdurend uw woorden overdenk. Ik heb meer inzicht dan de oude mensen, omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar. Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom, zo kan ik mij houden aan uw woord. Ik volg uw voorschriften nauwgezet op, alles leer ik van U. Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren. Het klinkt zoeter dan honing. Door uw wet heb ik inzicht gekregen en daarom haat ik de leugen. Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst. Ik heb een eed afgelegd en daar wil ik mij aan houden. Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd zal houden aan uw rechtvaardige wetten. Ik heb zulke grote moeilijkheden. HERE, geef mij toch het leven weer door uw woord. Ik spreek ongedwongen over U, HERE, en hoop dat U daar genoegen in hebt. Leer mij alles over uw wetten. Ik zal nooit uw wet vergeten, ook al is mijn leven voortdurend in gevaar. Ongelovigen proberen mij te vangen, maar ik blijf bij wat U hebt gezegd. Alles wat U hebt gezegd, heb ik als een blijvend erfdeel gekregen. Ik ben er heel erg blij mee. Ik verlang ernaar altijd te doen wat U hebt gezegd, mijn leven lang. Ik heb een hekel aan aarzelende mensen, maar houd zielsveel van uw wet. Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij. Ik verwacht het van uw beloften. Kom mij niet te na, misdadigers, want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God. U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen. Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur. Geef mij uw kracht en bevrijd mij. Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden. Ieder die zich niet aan uw wet houdt, doet U ver van U weg. Wat zij zeggen en doen is zinloos. Alle goddelozen op aarde worden eens door U weggevaagd. Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben. Ik ben bang voor uw oordeel, mijn hele lichaam trilt van angst. Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd, laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen. Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor dat ongelovigen mij niet achtervolgen. Ik verlang ernaar U te zien en uw rechtvaardig woord te horen. Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan en mij alles leren over uw wetten. Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig, zodat ik uw wetten kan begrijpen. HERE, voor U is de tijd aangebroken om op te treden, want men heeft uw wetten overtreden. Ik houd van uw geboden, meer dan van het mooiste goud. Daarom geloof ik ook dat al uw bevelen rechtvaardig zijn, ik haat de leugen.

Psalmen 119:81-128 NBG51 (NBG-vertaling 1951)

Mijn ziel smacht naar uw heil, op uw woord hoop ik; mijn ogen smachten naar uw belofte: wanneer zult Gij mij vertroosten? Hoewel ik ben geworden als een lederen zak in de rook, heb ik uw inzettingen niet vergeten. Hoevele zullen de dagen van uw knecht zijn? Wanneer zult Gij aan mijn vervolgers gericht oefenen? Overmoedigen hebben mij kuilen gegraven, zij, die niet leven naar uw wet. Al uw geboden zijn trouw; onverdiend vervolgen zij mij, kom mij ter hulpe! Bijna hebben zij mij op aarde verdelgd, maar ik heb uw bevelen niet verlaten. Maak mij levend naar uw goedertierenheid, opdat ik de getuigenis van uw mond onderhoude. Voor eeuwig, o HERE, houdt uw woord stand in de hemelen. Van geslacht tot geslacht is uw trouw, Gij hebt de aarde gegrond, zodat zij staat; naar uw verordeningen staan zij heden ten dage, want zij alle zijn uw knechten. Ware uw wet niet mijn verlustiging geweest, dan was ik vergaan in mijn ellende. Nimmer zal ik uw bevelen vergeten, want door deze hebt Gij mij levend gemaakt. Ik ben de uwe, verlos mij, want ik zoek uw bevelen. Goddelozen loeren erop mij te verderven; ik geef acht op uw getuigenissen. Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd. Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag. Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is altoos bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want uw getuigenissen zijn mij tot overdenking. Ik heb meer inzicht dan de ouden, want ik bewaar uw bevelen. Ik weerhoud mijn voeten van alle boze paden, opdat ik uw woord onderhoude. Ik wijk niet af van uw verordeningen, want Gij onderwijst mij. Hoe aangenaam zijn uw redenen voor mijn verhemelte, meer dan honig voor mijn mond. Uit uw bevelen heb ik inzicht ontvangen; daarom haat ik elk leugenpad. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen, dat ik uw rechtvaardige verordeningen zal onderhouden. Ik ben al te zeer verdrukt, o HERE, maak mij levend naar uw woord. Heb welbehagen, HERE, in de vrijwillige offers van mijn mond, en leer mij uw verordeningen. Mijn leven is bestendig in gevaar, maar uw wet vergeet ik niet. Goddelozen leggen mij een strik, maar van uw bevelen dwaal ik niet af. Uw getuigenissen heb ik voor altoos ten erve ontvangen, want zij zijn de blijdschap mijns harten. Ik neig mijn hart om uw inzettingen te doen, voor altoos, ten einde toe. Ik haat weifelaars, maar uw wet heb ik lief. Gij zijt mijn schuilplaats en mijn schild, ik hoop op uw woord. Wijkt van mij, gij boosdoeners, opdat ik de geboden van mijn God beware. Schraag mij naar uw belofte, opdat ik leve, laat mij met mijn hoop niet beschaamd uitkomen. Ondersteun mij, opdat ik verlost worde, dan zal ik mij in uw inzettingen bestendig verlustigen. Gij verwerpt allen die van uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is ijdel. Alle goddelozen der aarde doet gij weg als schuim, daarom heb ik uw getuigenissen lief. Mijn vlees beeft van schrik voor U, ik vrees voor uw oordelen. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan, geef mij niet over aan mijn verdrukkers. Wees borg voor uw knecht ten goede, laten overmoedigen mij niet verdrukken. Mijn ogen smachten naar uw heil, en naar het woord uwer gerechtigheid. Doe met uw knecht naar uw goedertierenheid, en leer mij uw inzettingen. Ik ben uw knecht, geef mij verstand, opdat ik uw getuigenissen kenne. Het is tijd voor de HERE om te handelen, zij hebben uw wet verbroken. Daarom heb ik uw geboden lief, meer dan goud, ja dan fijn goud; daarom houd ik al uw bevelen in alles voor recht, ik haat elk leugenpad.

Psalmen 119:81-128 HSV (Herziene Statenvertaling)

Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil, op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte, terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten? Want ik ben geworden als een leren zak in de rook, maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten. Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers? De hoogmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven en dat is niet overeenkomstig Uw wet. Al Uw geboden zijn betrouwbaar; met leugen vervolgen zij mij, help mij! Zij hebben mij op de aarde bijna vernietigd, maar ík heb Uw bevelen niet verlaten. Maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid; dan zal ik het getuigenis van Uw mond in acht nemen. Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel. Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan. Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren. Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was, dan was ik in mijn ellende vergaan. Ik zal Uw bevelen voor eeuwig niet vergeten, want daardoor hebt U mij levend gemaakt. Ik ben de Uwe, verlos mij, want ik heb Uw bevelen gezocht. Goddelozen hebben op mij geloerd om mij om te brengen; ik let op Uw getuigenissen. Aan alles, hoe volmaakt ook, heb ik een einde gezien; maar alleen Uw gebod is onbegrensd. Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking. Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking. Ik heb meer inzicht dan de ouderen, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb. Ik heb mijn voeten weerhouden van alle slechte paden, opdat ik mij aan Uw woord zal houden. Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen, want Ú hebt mij onderwezen. Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. Door Uw bevelen krijg ik inzicht, daarom haat ik elk leugenpad. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen: ik zal Uw rechtvaardige bepalingen in acht nemen. Ik ben ten zeerste verdrukt; HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw woord. Aanvaard toch, HEERE, de vrijwillige gaven van mijn mond, en leer mij Uw bepalingen. Mijn leven is voortdurend in gevaar, toch vergeet ik Uw wet niet. De goddelozen hebben voor mij een strik gezet, toch ben ik van Uw bevelen niet afgedwaald. Uw getuigenissen heb ik voor eeuwig in erfelijk bezit genomen, want zij zijn de vreugde van mijn hart. Ik heb mijn hart geneigd om overeenkomstig Uw verordeningen te handelen, voor eeuwig, tot het einde toe. Ik haat de halfhartigen, maar Uw wet heb ik lief. U bent mijn schuilplaats en mijn schild, op Uw woord heb ik gehoopt. Ga weg van mij, kwaaddoeners, zodat ik de geboden van mijn God in acht zal nemen. Ondersteun mij overeenkomstig Uw belofte, dan zal ik leven; laat mij in mijn hoop niet beschaamd worden. Ondersteun mij, dan ben ik verlost en vermaak ik mij voortdurend in Uw verordeningen. U verwerpt allen die van Uw verordeningen afdwalen, want hun bedrog is leugen. U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief. Het haar van mijn lichaam is te berge gerezen uit grote vrees voor U, ik heb gevreesd voor Uw oordelen. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. Wees borg voor het welzijn van Uw dienaar; laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid. Doe met Uw dienaar overeenkomstig Uw goedertierenheid, en leer mij Uw verordeningen. Ik ben Uw dienaar; geef mij inzicht, dan zal ik Uw getuigenissen kennen. Het is tijd voor de HEERE om te handelen, want zij hebben Uw wet verbroken. Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan zuiver goud. Daarom heb ik al Uw bevelen in alles voor recht gehouden, maar elk leugenpad heb ik gehaat.

Psalmen 119:81-128 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)

Heer, ik verlang er zo naar dat U me redt. Ik verwacht alles van uw woord. Ik kijk vol verlangen uit naar wat U me heeft beloofd. Wanneer komt U me troosten? Ook al voel ik me zo droog als uitgedroogd leer, toch ben ik uw leefregels niet vergeten. Hoelang zal ik nog leven, Heer, want de mensen vervolgen mij. Wanneer zult U voor me opkomen? Slechte mensen die U niet gehoorzamen, hebben een val voor mij opgezet! Alles wat U zegt, is te vertrouwen. Maar de mensen vervolgen me met hun leugens. Help me alstublieft! Ze hebben me bijna gedood, maar ik ben U niet ongehoorzaam geworden. Red mijn leven, omdat U van me houdt. Dan zal ik doen wat U me gezegd heeft. Heer, voor eeuwig blijft uw woord bestaan. Voor eeuwig staan uw woorden vast, in de hemel. Door alle eeuwen heen blijft U trouw. U heeft de aarde stevig neergezet. Hemel en aarde dienen U. Daardoor bestaan ze nog steeds, zoals U heeft bevolen. Als ik niet zoveel van uw wet had gehouden, zou ik allang zijn gestorven van ellende. Nooit zal ik uw wetten vergeten, want door uw wetten heeft U mij leven gegeven. Ik ben van U. Red me alstublieft. Want ik verlang er immers naar om te doen wat U zegt. Schurken proberen me te doden. Maar ik blijf U gehoorzamen. Aan alles komt een einde, hoe volmaakt het ook is. Maar aan uw wet komt nooit een eind. Wat houd ik toch veel van uw wet! Ik denk er de hele dag over na. Uw wet maakt me wijzer dan mijn vijanden, want uw wet is altijd bij me. Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want ik denk de hele dag na over uw wil. Ik ben wijzer dan de oude mensen, want ik doe wat U zegt. Ik zorg dat ik geen verkeerde dingen doe, maar dat ik me aan uw wetten houd. Ik houd me precies aan uw woord, want Uzelf bent mijn Leermeester. Uw woorden zijn heerlijk, nog heerlijker dan honing in mijn mond. Uw wetten hebben me wijs gemaakt. Daarom haat ik leugens en bedrog. Uw woord leidt mij. Het is als een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad. Ik heb gezworen (en ik zal het ook doen) dat ik me aan uw wetten zal houden. Heer, ik heb het zo moeilijk! Geef mij leven, zoals U heeft beloofd. Geniet van de woorden van mijn mond die ik U als een offer aanbied. Leer me U te gehoorzamen. Ik ben aldoor in gevaar, maar uw wet vergeet ik niet. Schurken proberen me in de val te laten lopen, maar ik word niet ongehoorzaam aan uw wetten. Ik heb uw wetten voor altijd van U gekregen. Ik ben er heel erg blij mee. Ik verlang ernaar om me altijd aan uw leefregels te houden, tot het einde toe. Ik haat het als mensen zich niet aan uw wet houden. Maar ik houd van uw wet. Bij U ben ik veilig, U beschermt mij als een schild. Ik verwacht alles van uw woord. Verdwijn, schurken! Ik wil me aan de wet van God houden! Help me, God, zoals U heeft beloofd. Dan zal ik leven! Laat mij niet tevergeefs op U vertrouwen. Als U me helpt, word ik gered. Dan zal ik altijd blij doen wat U zegt. U vernietigt de mensen die zich niet aan uw leefregels houden. Ze komen door hun eigen leugens ten val . U gooit hen weg als het schuim uit de smelt-oven waarin goud zuiver wordt gemaakt. Daarom houd ik van uw wetten. Ik beef van ontzag voor U. Ik heb diep ontzag voor uw wetten. Ik heb geleefd zoals U het wil. Lever mij nu niet uit aan mijn vijanden. Kom voor mij op! Zorg ervoor dat de slechte mensen me met rust zullen laten. Ik kijk zo uit naar de dag dat U mij redt, naar uw belofte van rechtvaardigheid! Wees alstublieft goed voor mij. Leer mij om me te houden aan uw leefregels. Ik ben uw dienaar, maak me verstandig, zodat ik weet wat U wil. Kom rechtspreken, Heer, want de mensen houden zich niet aan uw wet. Ik houd méér van uw wetten dan van het zuiverste goud. Daarom gehoorzaam ik al uw bevelen. Ik haat alle leugens en elk bedrog.

Psalmen 119:81-128 STV (Statenvertaling (Importantia edition))

Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten. Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers? De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet. Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij. Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten. Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden. Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen. Uw getrouwheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan; Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten. Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan. Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt. Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht. De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen. In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd. Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden. Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd. Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid. Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord. Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten. Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet. De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen. Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid. Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe. Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief. Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt. Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren. Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope. Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken. Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen. Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief. Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen. Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid. Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen. Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen. Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken. Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud. Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.