Spreuken 6:6-19 - Vergelijk alle vertalingen
Spreuken 6:6-19 HTB (Het Boek)
Neem een voorbeeld aan de mieren, luiaard! Kijk eens naar hun nijvere arbeid en word wijs. Want ook al hebben mieren dan geen leider, toch leggen zij ’s zomers voedselvoorraden aan en verzamelen zij hun eten in de oogsttijd. Hoelang blijf je nog op je rug liggen, luiaard? Wanneer word je eindelijk eens wakker? Nog even slapen, nog even soezen, nog even lekker liggen, maar dan komt de armoede over je en maar al te snel zul je gebrek lijden. Een nietsnut en dwarsligger kun je gemakkelijk herkennen, je hoeft hem alleen maar aan te horen. Let maar op hoe hij kijkt, hoe hij met zijn voeten stampt en met zijn vinger wijst. Waar zijn hart vol van is, loopt zijn mond van over. Hij heeft voortdurend kwaad in de zin en zorgt altijd voor onenigheid. Daarom zal hij snel aan zijn einde komen; wat hem treft, is ongeneeslijk. Er zijn veel dingen die de HERE haat en zeker zeven waarvan Hij een afkeer heeft: hoogmoed, liegen, moorden, slechte plannen smeden, met plezier kwaad doen, vals getuigen en verdeeldheid zaaien onder broeders.
Spreuken 6:6-19 NBG51 (NBG-vertaling 1951)
Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs: hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser, bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs. Hoelang, luiaard, zult gij neerliggen, wanneer zult gij opstaan uit uw slaap? Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen – daar komt uw armoede over u als een snelle loper en uw gebrek als een gewapend man. Een nietsnut, een onheilstichter is hij, die met bedrieglijke mond rondgaat, die met zijn ogen knipt, met zijn voeten schuifelt, met zijn vingers wijst, in wiens hart draaierijen zijn, die aldoor kwaad smeedt, die twist stookt. Daarom komt plotseling zijn ondergang, in een oogwenk wordt hij onherstelbaar verbrijzeld. Deze zes dingen haat de HERE, ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel: hoogmoedige ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat heilloze plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen, wie leugens uitblaast als een vals getuige en wie twist stookt tussen broeders.
Spreuken 6:6-19 HSV (Herziene Statenvertaling)
Ga naar de mier, luiaard, zie zijn wegen en word wijs. Hoewel hij geen aanvoerder heeft, geen leidinggevende of heerser, maakt hij zijn eten gereed in de zomer, verzamelt hij zijn voedsel in de oogsttijd. Hoelang, luiaard, blijft u liggen? Wanneer staat u op uit uw slaap? Een beetje slapen, een beetje sluimeren, een beetje liggen met gevouwen handen! Zo komt uw armoede over u als een wandelaar en uw gebrek als een gewapend man. Een verdorven mens, een man van onrecht, gaat rond met valsheid van mond, knipoogt heimelijk, geeft een teken met zijn voeten en wijst met zijn vingers. In zijn hart zijn verderfelijke dingen, hij smeedt te allen tijde kwaad en hij brengt twisten teweeg. Daarom zal plotseling zijn ondergang komen, opeens zal hij gebroken worden, zonder dat er genezing voor is. Deze zes haat de HEERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel: hoogmoedige ogen, een valse tong en handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat zondige plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te rennen, een valse getuige die leugens blaast, en die tussen broeders twisten teweegbrengt.
Spreuken 6:6-19 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)
Kijk naar de mieren, luiwammes, kijk hoe ze leven, en leer daar iets van. Want ook al hebben ze geen aanvoerder, geen leider en geen koning, toch verzamelen ze in de zomer alvast hun eten voor de winter. In de oogsttijd verzamelen ze voedsel. Maar jij, luiwammes, hoelang blijf je nog liggen? Wanneer sta je eindelijk eens op? 'Nog even slapen, nog even soezen, nog even lekker liggen met de handen achter mijn hoofd' – Maar daar komt de armoede al op je af, zo snel als een hardloper. Gebrek overvalt je als een rover. Mensen die alleen maar liegen en bedriegen, zijn nietsnutten en brengen alleen maar ongeluk. Ze knipogen veelbetekenend, geven elkaar seintjes met hun voeten, wijzen met hun vinger. Ze zitten vol oneerlijke en misdadige plannen. Ze lokken ruzies uit. Daarom loopt het plotseling slecht met hen af. In één ogenblik is er niets van hen over. De volgende zes dingen haat de Heer, nee, zelfs zeven vindt Hij walgelijk: ogen die trots kijken, een tong die liegt, handen die onschuldige mensen doden, een hart vol kwaad, voeten die zich naar een misdaad haasten, mensen die liegen in een rechtszaak en mensen die ruzies uitlokken tussen vrienden.
Spreuken 6:6-19 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs; Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst. Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan? Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende; Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man. Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om; Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren; In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in. Daarom zal zijn verderf haastelijk komen; hij zal schielijk verbroken worden, dat er geen genezen aan zij. Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel: Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen; Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.