Spreuken 20:4-24 - Vergelijk alle vertalingen
Spreuken 20:4-24 HTB (Het Boek)
Vanwege de naderende winter laat de luiaard het ploegen na, om er in de oogsttijd achter te komen dat er voor hem niets te oogsten valt. Het hart van een verstandig man is een onuitputtelijk reservoir van wijsheid. Wie verstandig is, tracht van hem te leren. De meerderheid van de mensen gaat prat op eigen goedheid, maar is er nog wel een trouw mens te vinden? Het leven van een rechtvaardige ademt zijn oprechtheid, zijn kinderen zijn gelukkig te prijzen. Een koning die vanaf zijn troon rechtspreekt, haalt met één oogopslag recht en onrecht uit elkaar. Is er iemand die kan zeggen: ‘Ik heb mijn hart gereinigd en ben gezuiverd van mijn zonde’? De HERE heeft een afkeer van veel dingen, maar van deze twee zeker: ongelijke gewichten en ongelijke inhoudsmaten. Een jongen geeft zich, in zijn kinderlijkheid, gemakkelijk bloot en toont zo wat hij in zich heeft, of zijn daden oprecht en eerlijk zullen zijn. De HERE heeft veel dingen gemaakt, ogen om mee te zien en oren om mee te horen. Wees niet lui en slaperig, anders wacht u de armoede. Als u uw ogen openhoudt, zult u genoeg hebben om in uw lichamelijke behoeften te voorzien. ‘Dat lijkt me niets, het is niets waard,’ zal de koper roepen, maar wanneer de koop gesloten is, wrijft hij zich tevreden in de handen. Goud en robijnen zijn er in overvloed, maar wijze en goede woorden zijn een schaars en kostbaar goed. Heeft iemand zich garant gesteld voor een onbekende, neem dan zijn mantel als onderpand. Onrechtmatig verkregen goed smaakt aanvankelijk zoet, maar verandert ten slotte in een mondvol scherpe stenen. Goede adviezen brengen gedachten tot uitvoer. Bind de strijd pas aan na overleg. Een roddelaar maakt zaken bekend die verborgen moesten blijven, bemoei u daarom niet met mensen die u uitspraken ontlokken. Wie zijn ouders vervloekt, zal alles verliezen en achterblijven in een inktzwarte duisternis, zonder enig lichtpunt. Snel vergaarde rijkdom verliest ten slotte zijn waarde. Zeg niet dat u het onrecht zult wreken, wacht liever op de HERE, want Hij zal u bijstaan. De HERE verafschuwt ongelijke gewichten en een weegschaal waarmee geknoeid is, is een zonde. De HERE bepaalt het leven van de mens, dus hoe zou de mens zijn levensweg kunnen begrijpen?
Spreuken 20:4-24 NBG51 (NBG-vertaling 1951)
In de herfst ploegt de luiaard niet; zoekt hij in de oogsttijd – dan is er niets. De plannen in het hart van de mens zijn diepe wateren, maar een man van verstand weet ze op te diepen. Vele mensen roemen hun eigen welwillendheid, maar een betrouwbaar man – wie kan hem vinden? Een rechtvaardige, wandelend in zijn oprechtheid – welzalig zijn zijn kinderen na hem. Een koning, op de rechterstoel gezeten, weet reeds met zijn ogen al het boze te schiften. Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart rein bewaard, ik ben rein van zonde? Tweeërlei gewicht, tweeërlei maat, beide zijn de HERE een gruwel. Reeds een knaap laat zich door zijn handelingen kennen, of zijn doen zuiver is en recht. Het oor dat hoort en het oog dat ziet, de HERE heeft beide gemaakt. Heb de slaap niet lief, opdat gij niet verarmt, houd uw ogen open, dan hebt gij brood genoeg. Slecht! Slecht! zegt de koper, maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich. Al heeft men goud en een menigte koralen, het kostbaarste kleinood zijn verstandige lippen. Ontneem hem zijn kleed, want hij bleef borg voor een vreemde, en neem hem als pand voor onbekenden. Brood des bedrogs is zoet voor een mens, maar daarna is zijn mond vol kiezel. Plannen komen tot stand door beraad, voer dus de strijd met overleg. Wie als lasteraar rondgaat, openbaart geheimen; laat u dus niet in met een loslippige. Wie zijn vader en zijn moeder vervloekt, diens lamp wordt uitgeblust ten tijde der dichte duisternis. Een bezit, in het begin te spoedig verworven, zal ten slotte niet tot zegen zijn. Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HERE, Hij zal u helpen. Tweeërlei gewicht is de HERE een gruwel, en een valse weegschaal is verkeerd. Van de HERE zijn de schreden eens mans, maar een mens – hoe zal hij zijn weg doorzien?
Spreuken 20:4-24 HSV (Herziene Statenvertaling)
Vanwege de winter ploegt een luiaard niet, daarom zal hij bedelen in de oogst, maar dan is er niets. De raad in het hart van een man is als diepe wateren, maar iemand met inzicht zal hem naar boven halen. Menig mens roept zijn eigen goedertierenheid uit, maar wie zal een betrouwbaar iemand vinden? Een rechtvaardige gaat zijn weg in oprechtheid, welzalig zijn zijn kinderen na hem. Een koning die op de rechterstoel zit, schift met zijn ogen alle kwaad. Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde? Tweeërlei weegsteen en tweeërlei efa, ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel. Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen of zijn werk zuiver is en of het oprecht is. Een oor dat hoort en een oog dat ziet, ook die beide heeft de HEERE gemaakt. Heb de slaap niet lief, anders wordt u arm, open uw ogen, verzadig u met brood. Het is slecht, het is slecht, zegt de koper, maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich. Goud is er en een veelheid van robijnen, maar lippen van kennis zijn een kostbaar kleinood. Neem zijn kleed als iemand borg staat voor een vreemde, geef het in onderpand aan onbekenden. Leugenbrood smaakt de mens zoet, maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen. Plannen komen door overleg tot stand, voer daarom oorlog na rijp beraad. Wie al lasterend zijn weg gaat, openbaart geheimen, laat u dan niet in met hem die met zijn lippen verleidt. Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, diens lamp zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden. Als een erfenis in het begin al te snel wordt verworven, zal er uiteindelijk geen zegen op rusten. Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen. Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel, een bedrieglijke weegschaal is niet goed. De voetstappen van een man zijn van de HEERE, hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?
Spreuken 20:4-24 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)
Omdat de winter al begint, wil een lui mens zijn akker niet meer omploegen. Maar in de oogsttijd vraagt hij zich af waarom er niets valt te oogsten. Goede raad zit diep in het hart, als water in een diepe put. Maar als je wijs bent, weet je die toch naar boven te halen. Iedereen beweert van zichzelf dat hij een goed mens is. Maar een echt betrouwbaar mens – waar is die te vinden? Een rechtvaardig mens is altijd eerlijk. Dat is een zegen voor zijn kinderen. Een goede koning die rechtspreekt weet met één blik waar het kwaad zit. Geen mens kan zeggen: "Ik heb een zuiver geweten. Ik ben nog nooit ongehoorzaam geweest aan God." Bedrog door met een onzuivere meetstok te meten of met valse gewichten te wegen – de Heer haat het allebei. Ook aan een kind kun je zien of het goed en eerlijk is. Je kan het zien aan wat het doet. Oren die horen en ogen die zien zijn allebei door de Heer gemaakt. Verslaap je tijd niet, want dan word je arm. Sta vroeg op, dan heb je eten genoeg. "Waardeloos! Slechte rommel!" roept de koper. Maar als hij weggaat, is hij tevreden dat hij voordelig zaken heeft gedaan. Goud en edelstenen zijn er in overvloed. Maar verstandige woorden zijn zeldzaam en kostbaar. Pak de mantel af van iemand die borg is gaan staan voor een onbekende. Geef die mantel als onderpand aan mensen die je niet kent. Oneerlijk verdiend brood smaakt heerlijk. Maar later lijkt het of je een mond vol grind hebt. Alleen door goede raad van anderen ontstaan goede plannen. Begin dus ook de oorlog pas na goed overleg. Mensen die graag roddelen, verraden geheimen. Ga dus niet met zulke mensen om, ook al is het verleidelijk om naar hen te luisteren. Als je je vader of moeder vervloekt, zal je leven uitgedoofd worden als een olielamp in de nacht. Als je je erfenis te snel opeist, zal dat uiteindelijk niets goeds brengen. Zeg niet: "Ik zal wraak nemen." Vertrouw op de Heer. Hij zal voor je opkomen. De Heer haat het als je oneerlijke gewichten gebruikt. Het is verkeerd als je met je weegschaal de mensen bedriegt. De Heer leidt je leven. Hoe zou je kunnen begrijpen waar je weg heenvoert?
Spreuken 20:4-24 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn. De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen. Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden? De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem. Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen. Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde? Tweeërlei weegsteen, tweeërlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide. Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen. Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide. Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood. Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen. Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen der wetenschap zijn een kostelijk kleinood. Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden. Het brood der leugen is den mens zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zandsteentjes worden. Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen. Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt. Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis. Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden. Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen. Tweeërlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed. De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?