Spreuken 15:1-9 - Vergelijk alle vertalingen
Spreuken 15:1-9 HTB (Het Boek)
Een zachtmoedig antwoord sust de woede, maar een tactloze uitspraak roept de woede juist op. Een verstandig mens weet zijn kennis goed te vertolken, maar de woorden van een zot zijn een bron van dwaasheid. Gods ogen zien alles, al het kwade én al het goede. Gezonde woorden zijn als een boom van leven, verkeerde woorden richten echter schade aan. Een dwaas zal de lessen van zijn vader negeren, maar wie luistert naar de terechtwijzingen van zijn vader, toont zich verstandig. Het huis van de rechtvaardige bergt vele schatten, maar de goddeloze doet zichzelf schade aan. Verstandige mensen strooien kennis om zich heen, terwijl het hart van de dwaas een dwaalspoor kiest. De HERE verafschuwt het offer van de goddelozen, maar een oprecht gebed doet Hem goed. De HERE verafschuwt goddeloos gedrag, maar wie zich toelegt op oprechtheid, zal Hij liefhebben.
Spreuken 15:1-9 NBG51 (NBG-vertaling 1951)
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op. De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit. De ogen des HEREN zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden. Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest. De dwaas versmaadt de tucht van zijn vader, maar wie de terechtwijzing ter harte neemt, is verstandig. In het huis van de rechtvaardige is een grote schat, maar het gewin van de goddeloze brengt vernieling. De lippen der wijzen strooien kennis uit, maar het hart der dwazen is niet recht. Het offer der goddelozen is de HERE een gruwel, maar aan het gebed der oprechten heeft Hij welgevallen. De weg van de goddeloze is de HERE een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
Spreuken 15:1-9 HSV (Herziene Statenvertaling)
Een zacht antwoord keert woede af, maar een krenkend woord wekt toorn op. De tong van wijzen maakt kennis goed, maar de mond van dwazen vloeit over van dwaasheid. De ogen van de HEERE zijn op elke plaats: ze slaan slechte en goede mensen gade. Het medicijn van de tong is een boom des levens, maar verkeerdheid erin is een breuk in de geest. Een dwaas verwerpt de vermaning van zijn vader, maar wie de bestraffing in acht neemt, is schrander. In het huis van een rechtvaardige is grote rijkdom, maar in het inkomen van een goddeloze is verval. De lippen van wijzen strooien kennis uit, maar zo niet het hart van dwazen. Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel, maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig. De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
Spreuken 15:1-9 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)
Met een vriendelijk antwoord kalmeer je iemand die woedend is. Maar met beledigende woorden maak je hem juist kwaad. Wijze mensen zeggen verstandige dingen. Dwaze mensen praten alleen maar onzin. De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen. Vriendelijke woorden zijn als een levensboom. Maar verkeerde woorden kunnen een leven kapotmaken. Een dwaas luistert niet naar de goede raad van zijn vader. Maar een verstandig mens doet er iets mee. In het huis van een goed mens is grote rijkdom. Maar de winst van een slecht mens brengt hem alleen maar ongeluk. Wijze mensen spreken verstandige woorden. Maar zelfs de gedachten van dwaze mensen zijn nutteloos. De Heer haat het als slechte mensen Hem offers brengen. Maar Hij is blij met het gebed van goede mensen. De Heer haat de manier van leven van slechte mensen. Maar Hij houdt van eerlijke mensen.
Spreuken 15:1-9 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest. Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte. De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo. Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen. De weg des goddelozen is den HEERE een gruwel; maar dien, die de gerechtigheid najaagt, zal Hij liefhebben.