Spreuken 14:1-35 - Vergelijk alle vertalingen
Spreuken 14:1-35 HTB (Het Boek)
Iedere verstandige vrouw zorgt goed voor haar huishouden en gezin, terwijl dwaze vrouwen dat met eigen handen afbreken. Iemand die oprecht leeft, geeft blijk van eerbiedig ontzag voor de HERE. Wie dat niet doet, veracht Hem. De woorden van een dwaas zijn als een zweep die anderen maar ook de dwaas zelf ranselt. De wijze wordt echter beschermd door wat hij zegt. Als er geen ossen zijn, blijven voederbak en tafel leeg, maar is er wel een os, dan komt er loon naar werken. Een eerlijke getuige zal niet liegen, maar een vals getuige is een bron van leugens. De spotter zoekt vergeefs naar wijsheid, maar de kennis wijst de verstandige de weg. Laat een zot links liggen, want van hem zijn geen verstandige woorden te verwachten. De wijsheid toont een verstandig mens welke weg hij volgen moet, maar het onverstand van de zot brengt hem en anderen op een dwaalspoor. Iedere dwaas zal zijn zonde verbloemen of daar misschien niet zwaar aan tillen, maar oprechte mensen komen eerlijk uit voor wat zij fout deden. Elk hart kent zijn eigen verdriet en een ander kan zijn vreugde niet begrijpen. Alles wat de goddeloze tot het zijne rekent, wordt verwoest. Het bezit van de oprechte zal echter toenemen. Soms denkt iemand op de goede weg te zijn, maar blijkt die naar de dood te voeren. Het hart kan bedroefd zijn, ook al lacht het gezicht, die lach kan eindigen in een traan. Wie God verlaat, zal de gevolgen in zijn leven merken, maar een goed mens is tevreden. Een onverstandig mens kan men alles wijsmaken, maar een schrander mens denkt na bij wat hij doet. De wijze koestert ontzag en laat het kwaad links liggen, de zot is zorgeloos en kent geen angst. Een heethoofd doet snel domme dingen en een man die gemene dingen doet, wordt gehaat. Onverstandige mensen valt dwaasheid ten deel, maar kennis zal de verstandigen sieren. De kwaden moeten buigen voor de goeden, evenals de goddelozen voor de deuren van de rechtvaardigen. Wie arm is heeft niet veel vrienden, maar bij de rijke zijn ze niet te tellen. Wie op zijn naaste neerkijkt, zondigt, maar gelukkig is hij die zich ontfermt over mensen die het moeilijk hebben. Graven kwaadstichters niet hun eigen graf? Maar wie goed doet, wordt gewaardeerd en dankbaar bejegend. Eerlijk en hard werk levert iets op, nutteloos geklets niet. Het sieraad van de verstandigen is hun rijkdom, dwaasheid blijft de dwaasheid van de zotten. Een eerlijke getuige kan levens redden, een vals getuige kan iemand door bedrog de dood injagen. Eerbiedig ontzag voor de HERE geeft een sterk vertrouwen en Hij zal zijn kinderen een veilig toevluchtsoord bieden. Het eerbiedig ontzag voor de HERE is een bron van leven en helpt dodelijke vallen te ontlopen. Een groot volk geeft een koning aanzien, maar een tekort aan onderdanen leidt tot zijn ondergang. Een geduldig mens geeft blijk van veel verstand, maar een heethoofd zet zichzelf voor schut. Een zuiver hart doet goed aan eigen en andermans leven, maar haat en nijd bederven alles. Wie een arme onderdrukt, raakt ook zijn Schepper. Wie echter hulpbehoevenden steunt, eert Hem. De goddeloze wordt het slachtoffer van zijn eigen kwaad, maar de rechtvaardige gaat zelfs vol vertrouwen de dood in. In het hart van een verstandig mens ligt wijsheid, zelfs dwazen moeten dat erkennen. Als er rechtvaardigheid heerst, wordt een volk geëerd, maar als de zonde hoogtij viert, is dat een schande voor een land. Een verstandige dienaar wordt door de koning goed behandeld, maar als een dienaar zich slecht gedraagt, zal hij de woede van de koning oproepen.
Spreuken 14:1-35 NBG51 (NBG-vertaling 1951)
De wijsheid der vrouwen bouwt haar huis, maar de dwaasheid breekt het af met haar eigen handen. Wie in oprechtheid wandelt, vreest de HERE; maar hij wiens wegen verkeerd zijn, veracht Hem. In de mond van de dwaas ligt een roede voor zijn hovaardij, maar de lippen der wijzen bewaren hen. Als er geen runderen zijn, blijft de kribbe leeg, maar door de kracht van de ploegos is er een rijke opbrengst. Een betrouwbaar getuige liegt niet, maar wie leugens uitblaast, is een vals getuige. Een spotter zoekt naar wijsheid, doch tevergeefs, maar voor de verstandige is kennis gemakkelijk te verkrijgen. Ga de dwaze man uit de weg, want verstandige lippen bemerkt gij daar niet. De wijsheid van de schrandere is: zijn weg te verstaan, maar de dwaasheid der zotten loopt uit op bedrog. Het schuldoffer spot met de dwazen, maar onder oprechten woont (Gods) welbehagen. Het hart kent zijn eigen droefheid, en in zijn vreugde kan een vreemde zich niet mengen. Het huis der goddelozen zal verwoest worden, maar de tent der oprechten zal bloeien. Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood. Ook onder het lachen kan het hart pijn lijden en het einde der vreugde kan kommer zijn. De afvallige van hart verzadigt zich met zijn wegen; maar een goed man met het zijne. De onverstandige gelooft elk woord, maar de schrandere geeft acht op zijn gang. De wijze vreest en wijkt af van het kwaad, maar de dwaas gaat zich te buiten en voelt zich toch veilig. Wie spoedig toornig is, begaat dwaasheid, en een man met slinkse streken wordt gehaat. De onverstandigen krijgen dwaasheid als hun deel, maar de schranderen worden gekroond met kennis. De bozen moeten zich neerbuigen voor de goeden, en de goddelozen bij de poorten van de rechtvaardige. Zelfs door zijn naaste wordt de arme gehaat, maar de vrienden van de rijke zijn vele. Wie zijn naaste veracht, zondigt; maar welzalig hij, die zich ontfermt over ellendigen. Zullen de bewerkers van het kwade niet dwalen? Doch liefde en trouw zijn voor de bewerkers van het goede. In alle moeitevolle arbeid zal voordeel zijn, maar het gepraat der lippen leidt enkel tot gebrek. De kroon der wijzen is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten blijft dwaasheid. Een betrouwbaar getuige is een redder van levens, maar wie leugens blaast, is een en al bedrog. In de vreze des HEREN ligt sterke gerustheid, zelfs voor zijn zonen is er een schuilplaats. De vreze des HEREN is een bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken. In de menigte van volk is des konings heerlijkheid, maar in gebrek aan onderdanen ligt de ondergang van de machthebber. De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op. Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen. Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem. In zijn rampspoed wordt de goddeloze geveld, maar de rechtvaardige vindt zelfs in zijn dood een schuilplaats. In het hart van de verstandige rust de wijsheid, zelfs te midden der zotten wordt zij onderkend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën. Het welgevallen des konings valt een verstandig dienaar ten deel, maar hem die zich schandelijk gedraagt, treft zijn verbolgenheid.
Spreuken 14:1-35 HSV (Herziene Statenvertaling)
Wijze vrouwen bouwen hun huis op, maar een die zeer dwaas is, breekt het met haar handen af. Wie in zijn oprechtheid wandelt, vreest de HEERE, maar wie van zijn wegen afwijkt, veracht Hem. In de mond van een dwaas ligt een roede voor zijn hoogmoed, maar de lippen van wijzen waken over hen. Als er geen koeien zijn, blijft de kribbe schoon, maar door de kracht van de os is er een grote opbrengst. Een betrouwbare getuige liegt niet, maar een valse getuige blaast leugens. Een spotter zoekt wijsheid, en die is er niet, maar voor een verstandige is kennis gemakkelijk te verwerven. Ga een dwaze man uit de weg: van zijn lippen zult u geen kennis opdoen. De wijsheid van een schrandere is zijn eigen weg te begrijpen, maar de dwaasheid van dwazen is bedrog. De dwaas spot met een schuldoffer, maar onder de oprechten heerst welwillendheid. Het hart kent zijn eigen bitterheid, en een vreemde kan zijn blijdschap niet delen. Het huis van de goddelozen zal weggevaagd worden, maar de tent van de oprechten zal in bloei staan. Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood. Ook bij het lachen zal het hart pijn lijden: het einde van zulke blijdschap is verdriet. Wie afkerig is van hart, zal van zijn wegen verzadigd worden, maar een goed iemand van zichzelf. Een onverstandige gelooft elk woord, maar een schrandere let op zijn schreden. Een wijze vreest en keert zich af van het kwade, maar een dwaas gaat zich te buiten en waant zich veilig. Wie snel toornig wordt, begaat dwaasheid, en een man vol listige plannen zal gehaat worden. De onverstandigen erven dwaasheid, maar de schranderen omringen zich met kennis. De kwaaddoeners bukken voor goede mensen, en de goddelozen bij de poorten van de rechtvaardige. Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat, maar de vrienden van een rijke zijn talrijk. Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt. Zij die kwaad smeden, dwalen die niet? Goedertierenheid en trouw zijn er echter bij hen die het goede bewerken. Bij alle zwoegen is er overschot, praatjes leiden slechts tot gebrek. De kroon van de wijzen is hun rijkdom, de dwaasheid van de dwazen blijft dwaasheid. Een betrouwbare getuige is een redder van levens, maar wie leugens blaast, is een bedrieger. In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en voor Zijn kinderen zal Hij een toevlucht zijn. De vreze des HEEREN is een bron van leven om de strikken van de dood te ontwijken. In een talrijk volk ligt de glorie van een koning, maar in gebrek aan volk ligt de ondergang van een machthebber. Wie geduldig is, heeft veel inzicht, maar wie kortaangebonden is, verheft de dwaasheid. Een gezond hart is het leven voor het lichaam, maar afgunst is verrotting van de beenderen. Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker, maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem. Een goddeloze wordt weggedreven door zijn eigen kwaad, maar een rechtvaardige vindt een toevlucht, zelfs in zijn dood. Wijsheid rust in het hart van de verstandige, maar wat in het binnenste van dwazen is, wordt bekend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek voor de natiën. Aan een verstandige dienaar heeft de koning een welgevallen, maar zijn verbolgenheid treft hem die beschaamd maakt.
Spreuken 14:1-35 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)
Als een vrouw wijs is, gaat het door haar wijsheid goed met haar gezin. Maar een dwaze vrouw doet haar gezin veel kwaad door haar dwaasheid. Goede mensen hebben diep ontzag voor de Heer. Maar slechte mensen vinden Hem volkomen onbelangrijk. Dwaze mensen moeten de gevolgen dragen van hun eigen dwaze woorden. Maar wijze mensen worden beschermd door wat ze zeggen. Als je geen os hebt, blijft de voerbak schoon. Maar als je een grote oogst wil hebben, zul je een os moeten hebben om voor je te werken. Een betrouwbare getuige spreekt de waarheid. Maar een onbetrouwbare getuige liegt alleen maar. Mensen die zich nergens iets van aantrekken, zoeken tevergeefs naar wijsheid. Maar verstandige mensen kunnen gemakkelijk wijsheid vinden. Blijf uit de buurt van een dwaas. Want je zal uit zijn mond nooit een verstandig woord horen. Een verstandig mens probeert te vinden hoe hij leven moet. Maar een dwaas ziet niet dat hij zichzelf voor de gek houdt. Dwaze mensen zullen nooit toegeven dat ze verkeerde dingen doen. Maar goede mensen zijn welwillend. Alleen je eigen hart voelt je verdriet volledig. En een ander mens kan ook nooit werkelijk begrijpen hoe blij je bent. De familie van slechte mensen zal niet blijven bestaan. Maar met eerlijke mensen zal het goed gaan. Soms denk je dat je op de goede weg bent, terwijl die weg uiteindelijk bij de dood uitkomt. Iemand die lacht, kan tegelijkertijd toch verdrietig zijn. Na de vrolijkheid blijft dan het verdriet over. Slechte mensen krijgen de gevolgen van hun daden. Maar goede mensen ook! Onverstandige mensen geloven alles wat er wordt gezegd. Maar verstandige mensen denken zelf goed na bij wat ze doen. Wijze mensen zorgen dat ze ver bij het kwaad vandaan blijven. Maar dwaze mensen doen zorgeloos waar ze zin in hebben en zien het kwaad niet. Als je gauw boos bent, doe je in je boosheid domme dingen. Als je slechte dingen doet, zul je worden gehaat. Onverstandige mensen worden alleen maar steeds dwazer. Maar verstandige mensen worden steeds wijzer. De slechte mensen zullen uiteindelijk buigen voor de goede mensen. Ze zullen bij hen op de deur kloppen en smeken om hulp. Arme mensen worden zelfs door hun buren gehaat. Maar rijke mensen hebben veel vrienden. Als je je medemens minacht, doe je verkeerd tegen God. Maar het zal heerlijk voor je zijn als je mensen in nood helpt. Met mensen die slechte dingen doen, loopt het uiteindelijk slecht af. Maar mensen die goed doen, zullen liefde en trouw krijgen. Als je hard werkt, levert dat altijd iets op. Maar als je alleen mooie praatjes hebt, word je arm. De rijkdom van wijze mensen is hun wijsheid. Dwaze mensen bezitten alleen maar hun dwaasheid. De woorden van een betrouwbaar getuige kunnen levens redden. Maar een leugenaar zorgt voor bedrog. Als je diep ontzag voor de Heer hebt, kun je gerust zijn. Gods kinderen zullen bij Hem veilig zijn. Diep ontzag voor de Heer is een bron van leven. Daarmee kun je ontsnappen aan de valstrikken van de dood. De koning van een groot volk is een machtig koning. Maar als hij weinig onderdanen heeft, is het met zijn macht gedaan. Geduld is een teken van wijsheid. Iemand die snel kwaad wordt, laat daarmee zien dat hij een dwaas is. Een vriendelijk en vergevend hart houdt je gezond. Maar jaloersheid vreet je helemaal op. Als je slecht bent voor arme mensen, beledig je hun Maker. Maar als je medelijden hebt en hen helpt, eer je Hem. Met slechte mensen loopt het door hun eigen slechtheid slecht af. Maar een goed mens weet dat hij veilig is, zelfs als de dood komt. In het hart van verstandige mensen woont wijsheid. Maar dwaze mensen vertellen alles wat ze denken. Een rechtvaardig volk wordt geëerd. Maar als een volk onrechtvaardig is, is dat een schande. Een goede dienaar wordt door zijn koning beloond. Maar een dienaar die slecht werk levert, wordt door zijn heer gestraft.
Spreuken 14:1-35 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen. Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem. In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen. Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel. Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens. De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht. Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken. De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij. Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid. Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen. Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien. Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods. Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid. Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zich zelven. De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang. De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos. Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden. De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen. De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen. De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele. Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig. Dwalen zij niet, die kwaad stichten? Maar weldadigheid en trouw is voor degenen, die goed stichten. In allen smartelijken arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek. Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid. Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger. In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen. De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods. In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring. De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid. Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen. Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem. De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood. Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natiën. Het welbehagen des konings is over een verstandigen knecht; maar zijn verbolgenheid zal zijn over dengene, die beschaamd maakt.