Genesis 47:9
Genesis 47:9 EBV24
Jakob zei tegen de farao: “Honderddertig jaar heb ik als vreemdeling geleefd. De dagen van de jaren dat ik leefde zijn gering in aantal en vol van kwaad. Het waren er niet zoveel als de dagen van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen dat zij vreemdeling waren.”



