2 Korinthe 6
HSV

2 Korinthe 6

6
Paulus' verdrukkingen
1En als #1 Kor. 3:9medearbeiders van God roepen wij u er ook toe op #Hebr. 12:15de genade van God niet tevergeefs ontvangen te hebben.
2 # Jes. 49:8 Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het de tijd van het welbehagen, zie, nu is het de dag van het heil!
3 # Rom. 14:13; 1 Kor. 10:32 Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat de bediening niet gelasterd wordt.
4Maar in alles bewijzen wij onszelf #1 Kor. 4:1als dienaars van God, #2 Kor. 11:23in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden,
5in slagen, in gevangenissen, in oproer, in ingespannen arbeid, in nachten zonder slaap, in vasten,
6in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde,
7in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde;
8door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en toch waarachtigen;
9als onbekenden en toch bekenden; #Ps. 118:18; Jes. 26:19als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood;
10als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten.
11Onze mond heeft zich vrijmoedig voor u geopend, Korinthiërs, ons hart staat wijd open.
12U neemt geen kleine plaats in ons hart in, maar zelf bent u enghartig.#6:12 enghartig - Letterlijk: nauw in uw ingewanden.
13Zet dan ook van uw kant – ik spreek #1 Kor. 4:14als tot mijn kinderen – uw hart wijd open.
Geen ongelijk span met ongelovigen
14 # Deut. 7:2; 1 Kor. 5:9 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, #1 Sam. 5:1,2; 1 Kon. 8:21; 1 Kor. 10:21; Efez. 5:11want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?
15En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?
16Of welk verband is er tussen de tempel van God #1 Kor. 10:7,14en de afgoden? #1 Kor. 3:16; 6:19; Efez. 2:21; Hebr. 3:6; 1 Petr. 2:5Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: #Ex. 29:45; Lev. 26:11; Ezech. 37:26Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
17 # Jes. 52:11; Openb. 18:4 Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen,
18 # Jer. 31:1 en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

Herziene Statenvertaling © Stichting HSV en Royal Jongbloed 2010-2017.

Meer informatie over Herziene Statenvertaling