Job 4:1-6
Job 4:1-6 STV
Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden? Zie, gij hebt velen onderwezen, en gij hebt slappe handen gesterkt; Uw woorden hebben den struikelende opgericht, en de krommende knieën hebt gij vastgesteld; Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd. Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?



