Akara Njirimara YouVersion
Akara Eji Eme Ọchịchọ

Psalmen 129

129
1Een bedevaartslied.
Laat Israël het volgende zeggen:
sinds de tijd dat ons volk ontstond,
zijn wij onderdrukt.
2Van het begin af aan
hebben zij ons in moeilijkheden gebracht,
maar zij hebben ons niet overwonnen.
3Zij hebben ons onderdrukt
en zelfs gemarteld.
4Maar de Here, die rechtvaardig oordeelt,
heeft de touwen waarmee de ongelovigen
ons hadden vastgebonden doorgesneden.
5Alle volken die Jeruzalem haten,
zullen te kijk worden gezet en wegvluchten.
6Zij lijken op gras dat op de daken groeit
en al is verdord voor het wordt uitgetrokken.
7Het kan zelfs niet meer als hooi dienen.
8Voor zulke mensen geldt niet de zegenwens:
‘Ik bid dat de Here u zegent.’
Ook niet:
‘Wij zegenen u in de naam van de Here.’

Nke Ahọpụtara Ugbu A:

Psalmen 129: HTB

Mee ka ọ bụrụ isi

Kesaa

Lee anya n'etiti ihe abụọ

Mapịa

None

Ịchọrọ ka echekwaara gị ihe ndị gasị ị mere ka ha pụta ìhè ná ngwaọrụ gị niile? Debanye aha gị ma ọ bụ mee mbanye