En Ik, Ik zal het hart van farao hardnekkig maken en Ik zal mijn tekenen en mijn wonderen in het land Mitsrajim vermenigvuldigen. En farao zal niet naar jullie luisteren en Ik zal mijn hand op Mitsrajim leggen en Ik zal mijn troepen, mijn volk, de zonen van Jisraëel, met grote oordelen laten vertrekken uit het land Mitsrajim.