Search results for: Hij

  • Matteüs 17:11 (NBG51)

    Hij antwoordde en zeide:

  • Romeinen 9:18 (NBG51)

    Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.

  • Psalmen 103:9 (NBG51)

    niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen;

  • Marcus 13:36 (NBG51)

    opdat hij niet, als hij plotseling komt, u slapende vinde.

  • 2 Kronieken 11:6 (NBG51)

    hij bouwde Betlehem, Etam, Tekoa,

  • Matteüs 28:6 (NBG51)

    Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft.

  • Johannes 11:6 (NBG51)

    Toen Hij dan hoorde, dat hij ziek was, bleef Hij daarop nog twee dagen ter plaatse, waar Hij was;

  • 2 Samuël 22:20 (NBG51)

    Hij leidde mij uit in de ruimte, Hij redde mij, omdat Hij welgevallen aan mij had.

  • 2 Koningen 8:17 (NBG51)

    Hij was tweeëndertig jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde acht jaar te Jeruzalem.

  • 2 Koningen 25:29 (NBG51)

    hij mocht zijn gevangenisklederen afleggen, en hij at geregeld aan zijn tafel, zolang hij leefde.

  • 2 Kronieken 27:8 (NBG51)

    Vijfentwintig jaar was hij oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaar te Jeruzalem.

  • Job 5:18 (NBG51)

    Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en zijn handen helen.

  • Job 23:13 (NBG51)

    Maar Hij blijft Zichzelf gelijk – wie kan Hem keren? Wat Hij begeert, voert Hij uit.

  • Psalmen 18:20 (NBG51)

    Hij leidde mij uit in de ruimte. Hij redde mij, omdat Hij welgevallen aan mij had.

  • Psalmen 55:21 (NBG51)

    Hij strekt zijn handen uit tegen hen met wie hij vrede had, hij schendt zijn verbond;

  • Spreuken 3:34 (NBG51)

    Wanneer Hij met spotters te doen heeft, spot Hij zelf, maar de nederigen geeft Hij genade.

  • Jesaja 41:3 (NBG51)

    Hij vervolgt hen, hij gaat ongedeerd voort op een pad dat hij nog nooit had betreden.

  • Lucas 18:23 (NBG51)

    Toen hij dat hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was zeer rijk.

  • Hebreeën 12:6 (NBG51)

    want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt.

  • Marcus 6:20 (NBG51)

    want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne.

  • Johannes 16:13 (NBG51)

    doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

  • Romeinen 8:30 (NBG51)

    en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. De zekerheid des geloofs

  • Genesis 9:21 (NBG51)

    Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.

  • Genesis 32:23 (NBG51)

    hij nam hen en deed hen de beek overtrekken, en hij bracht alles wat hij had naar de overzijde.

  • Exodus 21:3 (NBG51)

    Indien hij alleen gekomen is, zal hij alleen weggaan; indien hij gehuwd was, dan zal zijn vrouw met hem weggaan.