Zoek resultaten voor: Kafarnaüm

  • Matteüs 8:5 (NBG51)

    Toen Hij nu Kafarnaüm binnenging, kwam een hoofdman tot Hem met een bede,

  • Lucas 7:1 (NBG51)

    Nadat Hij al zijn woorden ten aanhoren van het volk voleindigd had, ging Hij Kafarnaüm binnen.

  • Lucas 10:15 (NBG51)

    En gij, Kafarnaüm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen.

  • Johannes 6:59 (NBG51)

    Dit zeide Hij, lerende in de synagoge te Kafarnaüm. De afval in Galilea

  • Matteüs 4:11 (NBG51)

    Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem. Het eerste optreden te Kafarnaüm

  • Matteüs 4:13 (NBG51)

    En Hij verliet Nazaret en ging wonen te Kafarnaüm, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali,

  • Marcus 1:21 (NBG51)

    En zij kwamen te Kafarnaüm en terstond op de sabbat ging Hij naar de synagoge en leerde.

  • Marcus 2:1 (NBG51)

    En toen Hij weder te Kafarnaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was.

  • Marcus 9:33 (NBG51)

    En zij kwamen te Kafarnaüm. En toen Hij thuis gekomen was, vroeg Hij hun: Waarover waart gij onderweg in gesprek?

  • Lucas 4:31 (NBG51)

    En hij daalde af naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, en Hij leerde hen geregeld op de sabbat.

  • Matteüs 17:24 (NBG51)

    Toen zij te Kafarnaüm kwamen, traden de ontvangers van het hoofdgeld op Petrus toe en zeiden: Betaalt uw Meester het hoofdgeld niet? Hij zeide: Zeker wel.

  • Marcus 1:20 (NBG51)

    En terstond riep Hij hen. En zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de dagloners en gingen heen, Hem achterna. In de synagoge te Kafarnaüm

  • Johannes 2:12 (NBG51)

    Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hij, zijn moeder en zijn broeders en zijn discipelen, en zij bleven daar niet vele dagen. De tempelreiniging

  • Johannes 4:46 (NBG51)

    Hij kwam dan weder te Kana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had. En er was te Kafarnaüm een hoveling, wiens zoon ziek was.

  • Johannes 6:16 (NBG51)

    En toen het avond geworden was, gingen zijn discipelen naar de zee en begaven zich in een schip over de zee naar Kafarnaüm.

  • Matteüs 8:4 (NBG51)

    En Jezus zeide tot hem: Zie toe, dat gij het aan niemand zegt, maar ga heen, toon u aan de priester en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis. De hoofdman te Kafarnaüm

  • Matteüs 11:23 (NBG51)

    En gij, Kafarnaüm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van heden.

  • Lucas 4:23 (NBG51)

    En Hij zeide tot hen: Gij zult ongetwijfeld deze spreuk tot Mij zeggen: Geneesheer, genees Uzelf! Doe alle dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kafarnaüm geschied zijn, ook hier, in uw vaderstad.

  • Johannes 2:11 (NBG51)

    Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem. Kort verblijf te Kafarnaüm

  • Johannes 6:24 (NBG51)

    Toen dan de schare zag, dat Jezus daar niet was en ook zijn discipelen niet, gingen ook zij in de scheepjes en kwamen te Kafarnaüm om Jezus te zoeken.