In de voetsporen van vervolgde christenen

Dag 2 van 4 • Lezing van vandaag

Overdenking

IK WAARDEER MIJN KERK WANT HET IS MIJN FAMILIE


"Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen" (Hebreeën 10:24, NBV).


Als christenen in het Westen bezitten we vrijheden die we heel gewoon vinden. Kerkgang is daar een voorbeeld van. Maar dat het ook voor ons niet ‘gewoon’ hoeft te zijn, blijkt uit de afgelopen maanden waarin velen van ons alleen maar via een livestream ‘naar de kerk’ konden. Misschien heb je door een tijdelijke afwezigheid van fysieke kerkdiensten de waarde van samen kerk-zijn (her)ontdekt. 


De schrijver van de Hebreeënbrief benadrukt het belang van het behoren tot een gemeente. Ook zonder dat je bij een kerk of gemeente hoort, kun je geloven in de Here Jezus. Maar een christen die alleen staat, is kwetsbaar en mist de opbouw door ontmoetingen en het onderwijs. 


Ondanks de grote kloof tussen het christendom en de islam, zijn er duizenden moslims die besluiten de Here Jezus te volgen. Die keuze heeft grote gevolgen. Het komt er vaak op neer dat de ‘kafir’ (ongelovige) uit de familie wordt verbannen. 


Voor iemand in het Midden-Oosten is verbanning uit de familie vreselijk. Het verlies van je familie geeft veel pijn. De kerk is voor hen dan ook een nieuwe familie. Dat is een belangrijke les voor ons in het individualistische Westen, waar christenen steeds meer als minderheid leven in een niet-gelovige wereld.


In Noord-Korea ervaren christenen diepe verbondenheid met hun geestelijke broers en zussen. Een veldwerker vertelt: “Ze kunnen niet even naar de kerk gaan om te zingen en te luisteren naar een preek. Het is overduidelijk dat christen-zijn in Noord-Korea een eenzaam gebeuren is.” En op zondag samenkomen is vrijwel uitgesloten. “Meestal bestaan samenkomsten uit slechts twee personen op een bankje in het park. Soms is het te gevaarlijk om zelfs maar tegen elkaar te spreken.”


Vraag

Waarom hoor jij bij een kerk?