God dienen in een vijandige omgeving. Het voorbeeld van Daniël en zijn vrienden

Overdenking

Ere wie ere toekomt


Daniëls gebeden worden beantwoord: “Toen werd aan Daniël in een nachtvisioen de verborgenheid geopenbaard” (Daniel 2:19, HSV). Daniëls eerste reactie is niet om naar de koning te rennen, maar hij breekt uit in een lofzang aan de Heere! En ook later, als hij bij de koning gebracht wordt, zegt hij duidelijk dat hij het verzoek van de koning niet kan beantwoorden dankzij zijn eigen onovertroffen wijsheid, maar alleen omdat God het hem heeft geopenbaard. De wijze mannen van de koning hadden dus gelijk toen ze zeiden: “er is niemand anders die het in de tegenwoordigheid van de koning te kennen kan geven dan de goden”! Gods Geest woonde in Daniël, net zoals Hij eeuwen eerder in Jozef woonde toen Farao een droom had gehad die niemand behalve Jozef kon verklaren.


God heeft Daniël “inzicht in allerlei visioenen en dromen” gegeven, zoals we lezen in Daniël 1:17. Zijn buitengewone gave komt nu bijzonder goed van pas — ze redt zijn leven en dat van zijn vrienden. Maar Daniël wordt niet trots en arrogant. Hij is zich er volledig van bewust dat alleen God dromen kan openbaren. Daarom geeft hij ere wie ere toekomt, zelfs voor een koning die niet eens in “de God van Israël” gelooft.


Ben jij ergens bijzonder goed in? Eer jij God met die gave?