God dienen in een vijandige omgeving. Het voorbeeld van Daniël en zijn vrienden

Overdenking

Je talenten gebruiken op de plek waar God je gesteld heeft


Daniël, Hananja, Misaël en Azarja kregen een driejarige opleiding in Babel en aan het eind van die periode vond de koning hen “tienmaal beter dan alle magiërs en bezweerders die er in heel zijn koninkrijk waren.” Het tekstgedeelte van vandaag maakt duidelijk waar hun excellentie vandaan kwam: God zegende hen met kennis en verstand van allerlei geschriften en wijsheid. Daniël had zelfs nog een speciale gave; hij kon visioenen en dromen verklaren.


Dus daar stonden ze dan, vier getalenteerde jongemannen in het paleis van de koning die hen in ballingschap had gevoerd. Zij hadden niet om die situatie gevraagd, waarschijnlijk waren ze veel liever teruggekeerd naar hun thuisland. Maar ze mochten helemaal nergens heen, ze stonden in dienst van de koning.


In Jeremia 29:7 (HSV) vertelt de profeet Jeremia hoe de Israëlieten zich moesten gedragen gedurende hun ballingschap: “Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd. Bid ervoor tot de HEERE, want in haar vrede zult u vrede hebben”. Dat is precies wat Daniël en zijn vrienden deden: ze gebruikten hun talenten op de plek waar God hen gesteld had. Op die manier waren ze tot zegen voor de Babylonische koning en zijn regering.


Welke talenten heb jij? Hoe zou je die kunnen inzetten op de plaats waar God jou gesteld heeft?