Psalmen 90 NBG51 [abbreviation] naar jou toe gebracht door [publisher] Meer leren

Overdenking

Versies

Annuleren
 
90
HET VIERDE BOEK: PSALM 90-106
De eeuwige toevlucht voor de vergankelijke mens
1Een gebed van Mozes, de man Gods.
Here, Gij zijt ons een toevlucht geweest
van geslacht tot geslacht;
2eer de bergen geboren waren,
en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
3Gij doet de sterveling wederkeren tot stof,
en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen.
4Want duizend jaren zijn in uw ogen
als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is,
en als een nachtwake.
5Gij spoelt hen weg;
zij zijn als een slaap in de morgen,
als het gras dat opschiet;
6in de morgenstond bloeit het en het schiet op,
des avonds verwelkt het en het verdort.
7Want wij vergaan door uw toorn,
door uw grimmigheid worden wij verdelgd;
8Gij stelt onze ongerechtigheden vóór U,
onze heimelijke zonden in het licht van uw aanschijn.
9Want al onze dagen gaan voorbij door uw verbolgenheid,
wij voleindigen onze jaren als een gedachte.
10De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren,
en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren;
wat daarin onze trots was, is moeite en leed,
want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.
11Wie kent de sterkte van uw toorn,
en uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?
12Leer ons zó onze dagen tellen,
dat wij een wijs hart bekomen.
13Keer weder, o Here! Hoelang nog?
en ontferm U over uw knechten.
14Verzadig ons in de morgenstond met uw goedertierenheid,
opdat wij jubelen en ons verheugen al onze dagen.
15Verheug ons naar de dagen waarin Gij ons hebt verdrukt,
naar de jaren waarin wij onheil hebben gezien.
16Laat uw werk aan uw knechten openbaar worden,
en uw heerlijkheid over hun kinderen;
17de liefelijkheid van de Here, onze God, zij over ons,
en bevestig Gij het werk onzer handen over ons,
ja, het werk onzer handen, bevestig dat.