Johannes 2:13, 14, 15, 16, 17
Johannes 2:13 HTB
Weldra zou Pesach, het Joodse Paasfeest, beginnen. Daarom vertrok Jezus naar Jeruzalem.
Johannes 2:14 HTB
Op het tempelplein zag Hij handelaars die runderen, schapen en duiven verkochten en geldwisselaars die achter hun tafeltjes zaten.
Johannes 2:15 HTB
Hij knoopte een paar stukken touw aan elkaar en joeg hen daarmee met hun dieren de tempel uit. Het geld van de wisselaars gooide Hij op de grond en hun tafeltjes gooide Hij omver.
Johannes 2:16 HTB
Tegen de duivenverkopers zei Hij: ‘Eruit! Het huis van mijn Vader is geen markt!’
Johannes 2:17 HTB
Dit herinnerde de leerlingen eraan dat er geschreven staat: ‘Van mijzelf blijft niets over, omdat ik alles geef voor uw huis.’





