MATTEÜS 14
BB

MATTEÜS 14

14
De dood van Johannes de Doper
1In die tijd hoorde koning Herodes #Dit is Herodes Antipas (In Matteüs 2 vers 22 wordt hij Archelaüs genoemd). Hij was een 'viervorst.' Israël was door de Romeinse keizer verdeeld onder vier verschillende heersers die het land namens de keizer regeerden. Deze heersers werden 'viervorsten' genoemd omdat ze één van vier waren. wat er over Jezus werd verteld. 2Hij zei tegen zijn dienaren: "Dat is Johannes de Doper! Johannes is uit de dood opgestaan en weer levend geworden! Daarom kan Hij die wonderen doen." 3Want Herodes had Johannes gevangen genomen, laten boeien en in de kerker gezet. Dat had hij gedaan omdat [ Johannes hem had gewaarschuwd toen ] hij met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, was getrouwd. 4Want Johannes had tegen hem gezegd: "U mag niet met haar trouwen." 5Herodes wilde hem eigenlijk laten doden, maar hij durfde niet. Want hij was bang voor een opstand, omdat het volk geloofde dat Johannes een profeet was.
6Maar op de verjaardag van Herodes danste de dochter van Herodias voor de gasten. Herodes vond het prachtig. 7Hij zwoer haar dat hij haar zou geven wat ze maar wilde. 8Haar moeder had haar van tevoren al opgestookt om te zeggen: "Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper." 9De koning werd erg bedroefd, maar toch wilde hij geen nee zeggen. Want hij had het gezworen en hij wilde niet afgaan voor zijn gasten. Daarom gaf hij bevel haar het hoofd te geven. 10Hij liet Johannes in de gevangenis onthoofden. 11Zijn hoofd werd op een schotel naar het meisje gebracht. Zij bracht het naar haar moeder. 12En zijn leerlingen kwamen zijn lichaam halen en begroeven hem. Daarna gingen ze het aan Jezus vertellen.
Het wonder van de vijf broden en de twee vissen
13Toen Jezus dit hoorde, voer Hij naar een eenzame plek. Hij wilde alleen zijn. Maar toen de grote groepen mensen dit hoorden, volgden ze Hem te voet uit de steden.
14Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij dat daar al een grote groep mensen was. Hij kreeg medelijden met hen en maakte alle zieke mensen gezond. 15Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe. Ze zeiden: "Heer, het is hier eenzaam en het is al laat. Stuur de mensen nu maar weg. Dan kunnen ze naar de dorpen gaan om eten te kopen." 16Maar Jezus antwoordde: "Ze hoeven niet weg te gaan. Geven jullie hun maar te eten." 17Ze zeiden tegen Hem: "We hebben hier alleen maar vijf broden en twee vissen." 18Hij zei: "Breng ze hier." 19En tegen de mensen zei Hij dat ze op het gras moesten gaan zitten. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en zegende ze. Toen brak Hij de broden in stukken. Zijn leerlingen deelden de stukken uit. 20Alle mensen aten tot ze genoeg hadden. Toen haalden ze de stukken op die waren overgebleven: twaalf manden vol. 21Er hadden ongeveer 5000 mannen gegeten. Vrouwen en kinderen waren daarbij nog niet meegeteld.
Jezus loopt op het water
22Onmiddellijk daarna zei Jezus tegen de leerlingen dat ze alvast voor Hem uit naar de overkant moesten varen. Zelf wilde Hij eerst de mensen naar huis sturen. 23Daarna ging Hij helemaal alleen de berg op om te bidden. Toen het avond werd, was Hij daar alleen.
24De boot was intussen midden op het meer. Ze hadden veel last van de golven, want ze hadden de wind tegen. 25Om ongeveer 4 uur 's morgens kwam Jezus naar hen toe, lopend over het meer. 26Toen de leerlingen Hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: "Een spook!" en ze schreeuwden van angst. 27Onmiddellijk zei Jezus tegen hen: "Rustig maar! IK BEN #Jezus gebruikt hier de woorden IK BEN. In het Grieks staat daar 'ego eimi,' wat veel nadrukkelijker is dan de gewone manier om 'ik ben...' te zeggen. In het oude testament maakt God Zich met de naam IK BEN aan Mozes bekend. Lees Exodus 3 vers 14. Door deze naam te gebruiken geeft Jezus dus aan dat Hijzelf God is. het, wees maar niet bang." 28Petrus antwoordde: "Heer, als U het bent, beveel mij dan om over het water naar U toe te komen!" 29Jezus zei: "Kom!" Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30Maar toen hij op de wind ging letten, werd hij bang en hij begon te zinken. Hij schreeuwde: "Heer, red mij!" 31Onmiddellijk stak Jezus zijn hand uit en greep hem. En Hij zei: "Je hebt niet genoeg geloof! Waarom ging je twijfelen?" 32Ze klommen in de boot. Toen ging de wind liggen. 33De leerlingen in de boot vielen voor Hem op hun knieën en zeiden: "U bent werkelijk de Zoon van God!"
Terug in Gennésaret
34Toen ze waren overgestoken, gingen ze in Gennésaret aan land. 35Zodra de mannen van die stad Hem herkenden, stuurden ze het nieuws rond in de hele omgeving. Toen brachten de bewoners iedereen die heel erg ziek was naar Hem toe. 36En de zieken smeekten Hem of ze Hem mochten aanraken, al was het maar de onderrand van zijn kleren. En iedereen die Hem aanraakte werd gezond.

BasisBijbel
Copyright © 2013 Stichting BasisBijbel
Gecorrigeerde tekst © 2015
Alle rechten voorbehouden
Uitgegeven bij de ZakBijbelBond: 2016


Learn More About BasisBijbel

Encouraging and challenging you to seek intimacy with God every day.


YouVersion uses cookies to personalize your experience. By using our website, you accept our use of cookies as described in our Privacy Policy.